Delen

Goed Fout: wat ons betreft Goed Mis

Sinds twee weken is op NPO3 het televisieprogramma Goed Fout te zien. Een programma waarin ‘omstreden uitspraken en fragmenten langs de morele meetlat worden gelegd’. Het wordt gepresenteerd door Katja Schuurman, die in de intro van de eerste aflevering vertelt: ‘Waar we gisteren hard om lachten, dat kun je vandaag niet meer zeggen en wordt morgen gecanceld.’ Wij keken nieuwsgierig en hoopvol naar de eerste twee afleveringen, want een inhoudelijke discussie over de invloed van taal en humor in het maatschappelijke debat over in- en uitsluiting juichen wij toe.

Het programma Goed Fout lijkt echter als voornaamste doel te hebben om grappen te maken over minderheidsgroepen die niet in de studio aanwezig zijn en geen weerwoord kunnen bieden. Om daarna, paradoxaal genoeg, stil te staan bij het feit dat deze grappen niet zomaar meer gemaakt kunnen worden. Juist omdat een inhoudelijk gesprek over deze thema’s zo belangrijk is, geven wij enkele tips. Want dit kan en moet beter.

1. Niet over mensen, maar met mensen

Katja Schuurman zegt tijdens de eerste aflevering: “We vergeten soms de hele context mee te nemen voordat we oordelen”, waarmee ze zonder dat ze het weet precies aangeeft wat misgaat in het programma dat ze presenteert. Er mist een belangrijk stuk context, namelijk de perspectieven van mensen over wie ‘grappen’ worden gemaakt. In de eerste aflevering gaat het uitgebreid over Aziatische Nederlanders, mensen met een beperking en non-binaire personen zonder dat er mensen uit deze doelgroepen meepraten.

De rol van de mensen over wie ‘grappen’ gemaakt worden is echter cruciaal. Onder andere vrouwen, mensen met een beperking, LHBTI’ers en mensen van kleur geven steeds vaker aan dat een grens is bereikt. Daarvoor moeten ze wel de kans krijgen om zich uit te spreken. Omdat veel van de mensen over wie het gaat in het programma niet kunnen uitleggen wat een ‘grap’ met hen doet, is van een inhoudelijke discussie geen sprake.

2. Uitsluiting is meer dan je ‘gekwetst voelen’

In het programma gaat het veel over taal of beelden die als ‘kwetsend’ ervaren kunnen worden. In de introductie vraagt Katja Schuurman: “Wanneer is iets nou kwetsend?” Hierover zei Martijn Koning, een van de vaste panelleden, al eerder: “Het is een nieuw ding geworden: je gekwetst voelen. Ik denk dat veel mensen zich ook gekwetst wíllen voelen, zodat ze op die manier op de voorgrond kunnen treden: als gekwetste.” Ook in het panel van Goed Fout overheerst dit idee. Wat hier vergeten wordt: gekwetst zijn door een grap is niet iets wat goed uitkomt. Het is niet een jas die je de ene dag aantrekt omdat hij zo lekker zit, en die je de andere dag bewust thuislaat. Je bent er niet blij mee, je vindt het niet goed staan. Integendeel. Het schaadt en het doet pijn.

Door de discussie over wat wel en niet kan te reduceren tot “mensen moeten zich maar niet gekwetst voelen” of “mensen zijn te snel gekwetst” wordt vergeten dat grappen over minderheden een bepaalde machtsstructuur in stand houden. Die van de meerderheid die vindt dat een grap moet kunnen, en de minderheid die aangeeft er genoeg van te hebben en met het opgelegde stigma verder moet.

3. Een representatieve steekproef over discriminatie werkt niet

Een belangrijk onderdeel van het programma is de steekproef die gedaan is onder 1000 Nederlanders, waarbij vaak benadrukt wordt dat deze ‘representatief’ is. Deze steekproef functioneert als de morele meetlat: de respondenten wordt gevraagd of iets ‘nog kan of niet’. Ook hier wordt een belangrijk aspect vergeten, die Arjen Fortuin in het NRC helder uitlegt: “Bij racisme, seksisme en discriminatie gaat het om hoe de machtige meerderheid met minderheden omgaat. Als je niet oppast, meet je of de meerderheid nog steeds de meerderheid is.”

De meerderheid bepaalt. Witte Nederlanders zijn in de meerderheid en dus bepalen zij via deze steekproef welke grap nog wel kan, ook al zijn mensen over wie de grap gaat het daar misschien niet mee eens. Heteroseksuele mensen zijn in de meerderheid, dus bepalen zij in deze steekproef wanneer lesbische vrouwen zich te snel gekwetst voelen. Zo werkt het niet. Je kunt niet aan de status quo vragen wat zij denken over de status quo.

De rol van de media

Een genuanceerde en inhoudelijke discussie over de invloed van taal en humor in het maatschappelijke debat over in- en uitsluiting is cruciaal om te zorgen voor wederzijds begrip en verbinding tussen verschillende groepen in onze samenleving. Alleen zo kunnen we dichter bij elkaar komen en werken aan een inclusieve samenleving. Nieuwe perspectieven leveren daarbij daadwerkelijk vernieuwende inzichten en televisie op. Goed Fout blijft echter hangen in het clichématige, ouderwetse ‘het was maar een grapje’ en ‘dit moet toch kunnen’, waarmee de makers de kans op een daadwerkelijk inhoudelijke discussie onbenut laten.

WOMEN Inc. streeft naar een samenleving waarin het voor je kansen niet uitmaakt of je een meisje of jongetje bent, een vrouw of man. Of, beter gezegd: gelijke kansen voor iedereen, ongeacht gender en sekse. De media hebben een grote verantwoordelijkheid in hoe wij elkaar zien en daarmee een belangrijke rol in de beeldvorming van vrouwen en onder gerepresenteerde groepen. Zij geven hun visie op de werkelijkheid en vormen die tegelijkertijd voor hun kijkers, luisteraars en lezers. Waardoor ze een grote invloed hebben op wie wel en niet wordt ingesloten.

Gerelateerde artikelen

Bekijk meer
  • Actueel
  • Media
  • ...

De route naar inclusieve media

  • Actueel
  • Media
  • ...

Hoe zet RTL Nederland zich in voor een inclusievere media landschap?

  • Actueel
  • Media
  • ...

Mediamaker, wees je bewust van wat je niet laat zien

Bekijk meer