7 mythes over de loonkloof

De loonkloof tussen mannen en vrouwen is een omstreden onderwerp: bestaat ‘ie nu wel of niet? En zo wel, is dat dan niet gewoon de schuld van vrouwen zelf? Best begrijpelijk, die verwarring, want het is een complexe zaak. Wat we alvast met zekerheid kunnen meedelen: de loonkloof bestaat. Werkende mannen verdienen in Nederland namelijk gemiddeld 14% meer dan werkende vrouwen. Er zijn veel misvattingen over wat de loonkloof precies is. Omdat het wel belangrijk is dat iedereen in actie komt tegen de loonkloof, hebben we zeven mythes over de loonkloof én hun weerlegging voor je op een rijtje gezet!

1. Vrouwen verdienen 14% minder voor hetzelfde werk

Het klopt dat de loonkloof in Nederland 14% is. Mannen verdienen gemiddeld 15% meer dan vrouwen. Dit percentage wordt berekend door te kijken naar het verschil in het gemiddelde bruto uurloon van in loondienst werkende vrouwen en het gemiddelde uurloon van in loondienst werkende mannen. Op een heel werkend leven lopen vrouwen door de loonkloof zo’n €300.000,- mis. Het klopt dat een deel van de loonkloof te verklaren is. Factoren zoals opleidingsniveau, de sector waarin iemand werkt, loopbaanonderbreking en of iemand een leidinggevende functie heeft of niet, spelen een rol. Als je rekening houdt met al deze factoren, blijft er nog wel een loonkloof over van zo’n 6%. Dit noemen we de ‘onverklaarbare loonkloof’, waarvan een deel hoogstwaarschijnlijk met (onbewuste) discriminatie te maken heeft: vrouwen verdienen dan minder dan mannen voor precies hetzelfde werk. Ondanks het te verklaren deel is het belangrijk dat we de hele loonkloof (dus de hele 14%) dichten, lees hieronder hoe dat zit.

2. De loonkloof is eigenlijk 5% want de andere 9% is te verklaren

Zoals je kunt lezen bij mythe 1 is een deel van de loonkloof van 14% te verklaren. Het gaat om ongeveer 9% verklaarbaar loonverschil. Dit komt o.a. omdat vrouwen vaker dan mannen hun loopbaan onderbreken, bijvoorbeeld als ze kinderen krijgen. Mannen hebben ook vaker leidinggevende posities dan vrouwen. De ongelijke positie van mannen en vrouwen speelt dus een rol bij de loonkloof. Daarnaast is het zo dat de lonen lager zijn in sectoren waar veel vrouwen werken (zoals de zorg en het onderwijs). Maar dat een deel van de loonkloof te verklaren is, betekent niet dat er niks aan gedaan moet worden! Een verklaring is namelijk niet altijd een rechtvaardiging. Er moet veel gebeuren om iets te doen aan de ongelijke positie van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. Hier spelen werkgevers ook een belangrijke rol bij.

3. Als je er mee rekening houdt dat vrouwen deeltijd werken is de hele loonkloof te verklaren

De loonkloof van 14% komt voort uit het verschil tussen het bruto uurloon van in loondienst werkende mannen en het bruto uurloon van in loondienst werkende vrouwen in Nederland. Bij de berekening van de loonkloof wordt het aantal uur dat iemand werkt niet meegenomen. Het feit dat vrouwen vaker deeltijd werken heeft veel invloed op hun positie op de arbeidsmarkt en op de loonkloof. Maar het feit dat vrouwen gemiddeld minder uren maken dan mannen (in 2017 werkten vrouwen gemiddeld 28 uur in de week, mannen 39 uur), bijvoorbeeld doordat vrouwen vaker deeltijd werken en mannen vaker voltijd, is in dit percentage dus niet meegenomen. Als je dát zou meenemen in de berekening dan zou je uitkomen op een loonkloof van 37%(!). In plaats van te zeggen dat vrouwen maar meer voltijd moeten gaat werken zouden we bijvoorbeeld ook kunnen streven naar hogere lonen in ‘vrouwensectoren’ als de zorg en het onderwijs.

4. Nederlandse vrouwen zijn gewoon lui

‘Vrouwen moeten niet zo zeuren en gewoon eens wat harder gaan werken’, wordt er wel eens gezegd. Iemand die dit zegt, houdt geen rekening met het feit dat vrouwen 1,5 keer zoveel onbetaald werk verrichten als mannen. Denk hierbij aan huishoudelijke taken, boodschappen doen, zorg voor kinderen of mantelzorg. Het is zelfs juist zo dat tweederde van de mensen die meer uren zouden willen werken dan in hun huidige deeltijdfunctie vrouwen zijn. Door hardnekkige beeldvorming heerst er nog altijd het idee dat vrouwen verantwoordelijk zijn voor het verzorgen van mannen en mannen verantwoordelijk zijn voor brood op de plank. Weten waar die beeldvorming vandaan komt? Met #BeperktZicht vertellen we je er meer over.

 

 

5.  Vrouwen durven niet te onderhandelen

Het is niet perse zo dat vrouwen minder onderhandelen dan mannen, maar wel zo dat onderhandelen door vrouwen minder beloond wordt. Dit heeft te maken met de persoon met wie je een onderhandeling voert. Die heeft een bepaald beeld van vrouwen en mannen en dat beeld speelt een rol bij zijn of haar beslissing. In onderhandelingen leiden ‘mannelijke eigenschappen’ als lef, risico en assertiviteit, bij mannen vaak tot een hoger loon en een betere carrière. Tegelijkertijd zien we dat vrouwen die zich dit gedrag eigen maken daar soms nadelige gevolgen van ondervinden omdat het niet past bij het gedrag dat mensen (onbewust) van haar verachten. Wie niet assertief is kan naar een hoger loon sowieso wel fluiten, maar wie zich als vrouw ‘te mannelijk’ opstelt wordt vaak gezien als een koude, harteloze bitch. Je bent als vrouw ‘damned if you do, damned if you don’t’, zeg maar.

6.  Parttime werken is een vrije keuze

Het is een veelgehoorde: “als vrouwen meer willen verdienen en hogerop willen komen, moeten ze ook gewoon een keer fulltime gaan werken!” Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan. Ten eerste zijn voltijd functies niet altijd beschikbaar. Zo zijn er heel veel vrouwen werkzaam in de zorg en het onderwijs, waar vooral parttime banen worden aangeboden. Daarnaast nemen vrouwen, zoals gezegd, over het algemeen nog steeds het overgrote deel van de zorgtaken en huishoudzaken op zich. Veel mensen zien kinderopvang niet als optie, en voor vaders zijn er vaak weinig mogelijkheden om minder te werken. Daar komt nog eens bovenop dat er in Nederland helaas nog een groot stigma ligt op zowel fulltime werkende moeders als op parttime of niet werkende vaders. Zo blijkt 80% van de Nederlanders 3 dagen of minder per week het ideale aantal werkdagen voor vrouwen met jonge kinderen te vinden (slechts 35% vindt dat voor zulke vaders). Door deze hardnekkige rolpatronen moeten vrouwen en mannen die dat anders willen doen flink tegen de stroom inzwemmen. Dat is niet voor iedereen weggelegd en dus leiden deze rolpatronen er vaak toe dat een vrouw, bij komst van kinderen, parttime gaat werken of (tijdelijk) helemaal stopt met werken.

7. Als vrouwen inderdaad goedkopere arbeidskrachten zouden zijn, zouden bedrijven alleen nog maar vrouwen aannemen

Een groot probleem bij de loonkloof is dat werkgevers vaak niet weten of het in hun eigen organisatie voorkomt. Uit onderzoek blijkt zelfs dat 75% van de werkgevers denkt dat de loonkloof bij hun niet voorkomt, terwijl dit vaak wel het geval is. Het is van belang dat werkgevers onderzoeken of hun aanname wel klopt. Als vervolgens blijkt dat er wel sprake van een loonkloof is bij hun organisatie is de volgende stap om dit op te lossen en niet te denken ‘dan neem ik vanaf nu alleen nog maar vrouwen aan’.

Het is trouwens niet zo gek dat werkgevers niet weten of de loonkloof bij hun organisatie voorkomt want de oorzaken van de loonkloof, die wellicht ook spelen in hun organisatie, zijn vaak onzichtbaar. In tegenstelling tot wat veel mensen aannemen, hoeft het hebben van een functiehuis of hanteren van een CAO niet voldoende te zijn om loonverschillen te voorkomen. Meer dan de helft van de werkgevers (53%) kijkt bij het inschalen van een nieuwe medewerker naar het laatstverdiende salaris. Dat ligt bij mannen gemiddeld al hoger dan bij vrouwen en zo kan de loonkoof erin sluipen. Ook kunnen onbewust vooroordelen een rol spelen bij het ontstaan van de loonkloof, ga je er misschien vanuit dat vrouwen niet bereid zijn meer uren te werken en benader je ze daarom niet voor een promotie?