Baarmoederbewustzijn

donderdag 9 april 2020
 

Dat mannen en vrouwen verschillen behoeft geen betoog. Dat er meer aandacht voor deze verschillen moet zijn in wetenschappelijk onderzoek kunnen we helaas niet genoeg benadrukken.

Al sinds de tijd van Aristoteles wordt “de man” als uitgangspunt voor “de mens” genomen, stelt journalist en auteur Caroline Criado-Perez in deze Brainwash Talk <http://human.nl/brainwash/kijk/overzicht/brainwash-talks/2020/16-februari.html>. De vrouw bestond slechts bij de gratie van haar baarmoeder, die toch echt onontbeerlijk was voor het voortbestaan van de mens (lees: de man). Hoewel het belang van de vrouw sinds de 4e eeuw v.Chr. haar baarmoeder is ontstegen, is de man nog altijd normatief voor de wetenschap.

In 2011 rapporteerden onderzoekers dat er een serieuze sekse-bias <https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20620164> bestaat in de wetenschap. In 8 van de 10 onderzoeksvelden die ze bekeken werden hoofdzakelijk mannetjesproefdieren gebruikt in de studies. Neurowetenschappers waren de dubieuze winnaars: in dit veld werden 5,5 keer zoveel studies gedaan met alleen mannetjesdieren, ten opzichte van vrouwtjes of beide geslachten.

Dit probleem speelt niet alleen bij proefdierstudies. Ondanks het feit dat het US National Institute of Health inclusie van vrouwelijke proefpersonen ruim 25 jaar geleden al verplicht stelde, hebben ook bij klinische trials mannelijke proefpersonen nog vaak de overhand.

De voornaamste reden die wetenschappers opvoeren om geen vrouwen in hun onderzoeken te gebruiken, is die ellendige hormoonhuishouding. Vrouwen menstrueren en dat maakt ze niet alleen wispelturig, maar ook nog eens heel lastig te gebruiken in onderzoek, is de redenering. De resultaten zouden door vrouwelijke hormoonschommelingen te variabel zijn en daardoor niet goed te interpreteren.

Dit klinkt aannemelijk, maar het is niet waar. Onderzoekers uit de VS hebben een meta-analyse <https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/24456941> uitgevoerd op 293 wetenschappelijke artikelen. Uit deze overkoepelende analyse bleek dat de onderzochte eigenschappen uit deze artikelen (variërend van gedrag tot de aanmaak van signaalstofjes) niet variabeler waren in vrouwtjesmuizen dan in mannetjesmuizen, ongeacht op welk tijdstip van de menstruatiecyclus men keek.

Wat wél waar is: er bestaan grote verschillen tussen mannen en vrouwen in de werkzaamheid en veiligheid van medicijnen. Wat voor mannen een optimale dosis is, kan in vrouwen vervelende bijwerkingen geven – of zelfs een overdosis <https://www.fda.gov/drugs/drug-safety-and-availability/questions-and-answers-risk-next-morning-impairment-after-use-insomnia-drugs-fda-requires-lower>. Het is dus van groot belang om medicijnen zowel in mannen als vrouwen te testen – dit begint bij het preklinische onderzoek maar geldt natuurlijk ook voor klinische studies.

Ook bestaan er verschillen tussen mannen en vrouwen in het ontstaan en verloop van ziekten. Vrouwelijke dragers van APOE ε4 – een gen dat het risico op het krijgen van de ziekte van Alzheimer verhoogt – hebben bijvoorbeeld meer kans dat ze daadwerkelijk Alzheimer ontwikkelen dan mannen met hetzelfde gen. Zulke sekseverschillen <https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26987699> verklaren mogelijk waarom onderzoekers tegenstrijdige bevindingen doen als het gaat om de genetische achtergrond van Alzheimer.

Ten slotte kunnen klachten anders zijn bij mannen en vrouwen. Een hartinfarct bij mannen presenteert zich meestal door ‘de olifant op de borst’: een drukkende pijn op de borst en uitstralende pijn naar de armen en schouderbladen. Klinkt alarmerend. Vrouwen hebben echter vaker vage klachten die niet meteen aan een hartinfarct doen denken, zoals kortademigheid en extreme moeheid <https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten/vrouwen-en-hart-en-vaatziekten/hartklachten-bij-vrouwen>. Als het tot reanimatie komt, hebben vrouwen een kleinere overlevingskans (53% bij mannen versus 33% bij vrouwen) <https://www.parool.nl/amsterdam/hartstilstand-loopt-bij-vrouwen-vaker-fataal-af~bc2b2124/>.

Naast het includeren van vrouwen in wetenschappelijk onderzoek is voorlichting over – en bewustwording van – man-vrouwverschillen bij het grotere publiek dus ook van levensbelang. Een alerte omstander kan immers levensreddend optreden in het geval van een hartinfarct, mits die vage vrouwenklachten ook op tijd herkend worden.

Het is dus hoog tijd om de verschillen tussen mannen en vrouwen te erkennen en een grote wetenschappelijk inhaalslag te maken – zowel op het gebied van onderzoek als dat van voorlichting. We hebben als mensheid immers nog altijd die baarmoeders nodig om voort te bestaan.