“Voor medicijnen op maat moeten we verder kijken dan gender.”

6 juni 2019

Fotograaf: Maarten van Haaff


Ziekenhuisapotheker dr. Loes Visser zet zich al jaren in voor meer aandacht voor verschillen in de effecten en bijwerkingen van medicijnen bij mannen en vrouwen. Medicijnen werden tot de jaren negentig voornamelijk op (jonge gezonde) mannen getest, vanwege de hormoonschommelingen bij vrouwen en de kans op zwangerschap. Hierdoor zijn veel van de middelen die nu gebruikt worden, alleen nog op mannen getest. Gelukkig worden middelen sinds die tijd steeds vaker op vrouwen getest. Wij spraken Loes over de huidige stand van zaken, de Corrie Hermann-prijs en haar visie op de toekomst.

Loes, in de afgelopen jaren hebben we je meerdere keren gesproken over man/vrouw-verschillen bij farmacotherapie - het behandelen van ziekten met geneesmiddelen - en de mogelijke bijwerkingen hiervan. Zie jij vooruitgang in hoe genderverschillen binnen medicijnonderzoek in Nederland worden onderzocht?

“Of er in klinische trials - het testen van (medische) behandelingen op menselijke proefpersonen - meer seksespecifieke analyses van effectiviteit en bijwerkingen van nieuwe geneesmiddelen wordt gedaan is voor mij lastig te beoordelen. Wel is er duidelijk vooruitgang in de wijze waarop er over in de productinformatie wordt gerapporteerd. Steeds vaker lees je daar welke bijwerkingen er in de onderzoeken bij vrouwen en mannen zijn opgetreden en met welke frequentie. Een pluim aan het adres van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, die hierop actie heeft ondernomen vanuit een behoefte van het veld!”

Sinds 2017 ben je o.a. bezig met een belangrijk onderzoek naar sekseverschillen in de werkzaamheid en bijwerkingen van geneesmiddelen. Kun je al een tipje van de sluier oplichten over de uitkomsten hiervan?

“We zijn begonnen met het analyseren van landelijke cijfers over bijwerkinggerelateerde ziekenhuisopnamen tussen 2005 en 2012. In die periode zijn er totaal 20.937 vrouwen en 15.824 mannen opgenomen door een bijwerking van geneesmiddelen. Maar dat zegt nog niet zoveel: vrouwen worden sowieso vaker opgenomen in het ziekenhuis en gebruiken gemiddeld meer geneesmiddelen.”

“We zagen dat per jaar van de 1000 ziekenhuisopnames gemiddeld 12 bijwerkinggerelateerd waren voor vrouwen, en 11,5 voor mannen. Vervolgens hebben we een top 20 gemaakt van geneesmiddelgroepen met de grootste sekseverschillen in risico op een ziekenhuisopname, rekening houdend met het aantal mannelijke en vrouwelijke gebruikers. Hierbij zie je dat er geneesmiddelgroepen zijn met een hoger risico voor vrouwen (zoals plaspillen), maar ook geneesmiddelen met een hoger risico voor mannen (bijvoorbeeld middelen tegen jicht). Verder hebben we een top 20 gemaakt van bijwerkingen met de grootste sekseverschillen. Zo lijken electrolytstoornissen (te laag natrium en kalium) vaker op te treden bij vrouwen, en lijken mannen vaker te worden opgenomen met wonden, zweren en bloedingen.”
 

"We willen nu ook op zoek naar de oorzaak van de verschillen in bijwerkingen van medicijnen tussen mannen en vrouwen."


“Bij een aantal van deze geneesmiddel-bijwerking-combinaties willen we nu verder de diepte in op zoek naar de oorzaak. Uiteindelijk is het doel natuurlijk om seksespecifieke behandelrichtlijnen te maken om dit verschil in bijwerkingen te reduceren, maar dat kan alleen als je de oorzaak weet.”

Je bent als ziekenhuisapotheker de eerste ‘niet-arts’ die de Corrie Hermannprijs heeft gewonnen. Wat was je reactie?

“Ik vind het een enorme eer dat ik deze prijs heb gekregen. Als ik zie welke grote namen de prijs de afgelopen jaren hebben gekregen, had ik mezelf niet in dat rijtje bedacht. Ik vind het vooral erg leuk om de eerste niet-arts te zijn: dat geeft meteen aan dat de VNVA (Vereniging voor Nederlandse Vrouwelijke Artsen) oog voor diversiteit heeft.”

Ter ere van deze prijs heb je op 30 maart het symposium 'Farmacotherapie M/V: soms is onderscheid nodig' mogen organiseren. Wat kwam als belangrijke boodschap uit dit symposium?

“In alle voordrachten klonk een heldere oproep door: splits bij de analyse van geneesmiddelenonderzoek je resultaten altijd op naar geslacht en zorg dat dit ook bekend wordt gemaakt. Alleen dan kan echt werk worden gemaakt van ‘genderbased medicine’.

Wie zou volgens jou in aanmerking moeten komen voor de komende Corrie Hermannprijs?

“Binnen de Nederlandse Vereniging Gender & Gezondheid zijn ontzettend veel gedreven medisch specialisten, psychologen en wetenschappers bezig om binnen hun vakgebied te zorgen voor een meer gendersensitieve gezondheidszorg. Als ik daar iemand van aan zou wijzen doe ik de rest te kort. Het leuke van deze vereniging is dat we elkaar steeds beter weten te vinden, gebruik maken van elkaars expertise en er nu zelfs gezamenlijke onderzoeksprojecten worden bedacht.”

Welk knelpunt moet er volgens jou als eerste veranderen, willen we in 2025 medicijnen op maat kunnen bieden?

“Ook nu zijn er al geneesmiddelen ‘op maat’ beschikbaar. In de meeste gevallen betreft dit nieuwe medicijnen die specifiek gericht zijn tegen kankercellen. Per patiënt wordt een behandeling gekozen die het beste werkt, waardoor deze medicijnen bijna geen nadelig effect hebben op gezonde cellen. Het aandeel van dit soort middelen zal de komende jaren toenemen."


"Het grootste knelpunt van echte ‘personalized medicine’ is volgens mij dat niet alleen het genetisch profiel of geslacht van invloed is op de uitwerking van geneesmiddelen, maar ook andere factoren als leeftijd, nierfunctie, roken, voeding, etc. En de invloed van die factoren verschilt dan ook nog eens per geneesmiddel. Daar zullen we dus nog veel onderzoek naar moeten doen.”

Fotograaf: Stella Gommans
 

Dr. Loes Visser is ziekenhuisapotheker in het HagaZiekenhuis in Den Haag en universitair hoofddocent Farmaco-epidemiologie aan het Erasmus MC in Rotterdam. In haar onderzoek kijkt ze voornamelijk naar de diversiteit in de respons - effectiviteit en bijwerkingen - op geneesmiddelen, bijvoorbeeld door verschillen in DNA, leeftijd of geslacht en gender. Daarnaast is zij als Funding Mother betrokken bij WOMEN Inc.: “Ik heb me lange tijd binnen m'n vakgebied een soort roepende in de woestijn gevoeld en was heel blij dat ik via WOMEN Inc. in contact kwam met andere medisch specialisten, psychologen en wetenschappers die ook met dit thema bezig waren. Zij hebben deuren geopend en me geholpen om m'n boodschap goed voor het voetlicht te brengen. Dit gun ik andere vrouwen ook van harte en hier hoop ik als Funding Mother van WOMEN Inc. een steentje aan bij te dragen”.