Blog Sander Heithuis: Sport is altijd oneerlijk

3 mei 2019
Op 1 mei kreeg de Zuid-Afrikaanse atleet Caster Semenya te horen dat haar hoger beroep tegen de internationale atletiekfederatie IAAF is afgewezen. Ze had dit hoger beroep aangespannen omdat de IAAF van mening is dat haar testosteronniveau te hoog zou zijn, wat haar deelname oneerlijk zou maken voor andere vrouwen. Semenya's vrouw-zijn wordt al jaren in twijfel getrokken, met deze uitspraak als absoluut dieptepunt. Veel kritiek op de uitspraak gaat onder andere over de dubbele standaard die er lijkt te zijn tussen mannen en vrouwen: zo werden de fysieke voordelen die Michael Phelps tot één van de beste zwemmers aller tijden maakten, juist toegejuicht in plaats van afgestraft. Het NRC besteedde er in de podcast Vandaag aandacht aan en legt de zaak precies uit.

 

 

Als sporter en mens begrijpt ook collega Sander Heithuis de uitspraak van het IAAF niet en schreef er deze column over.


Geschreven door: Sander Heithuis

 

Ik ben twee meter. Dat is 16,2 centimeter langer dan de gemiddelde Nederlandse man en dat levert me een heleboel voordelen op. Bij concerten en in de supermarkt bijvoorbeeld. Naast twee meter ben ik ook volleyballer en groot sportliefhebber. Het volleybalveld is misschien wel dé plek waar m’n lengte het meeste voordeel oplevert: wanneer ik evenveel spring als ‘de gemiddelde Nederlandse man’ zal ik hoger eindigen en dus eerder bij de bal kunnen. Ik kan met zekerheid stellen dat ik punten scoor dankzij m’n lengte. 

 

Naast lengte zijn er nog vele andere voordelen te noemen wanneer het aankomt op het leveren van een sportieve prestatie. Een grote hoeveelheid spiermassa, een snelle stofwisseling of een bovengemiddeld aantal witte bloedlichaampjes: allemaal willekeurige lichamelijke factoren die een sportprestatie bevorderen. Allemaal factoren die ervoor zorgen dat de één 100 meter kan lopen in 9,58 seconden terwijl de ander er 25 seconden over doet. 

 

Caster Semenya, een Zuid-Afrikaanse atleet, is iemand wiens lichaam ook een willekeurig voordeel bezit ten opzichte van haar tegenstanders: haar testosterongehalte is drie keer zo hoog als bij een gemiddelde vrouw. Dit willekeurige gegeven waarmee ze geboren is heeft haar meerdere olympische titels opgeleverd. Dit is ook het gegeven waar al jarenlang discussie over bestaat. De 'overmaat' aan testosteron dat Semenya aanmaakt zou een oneerlijke wedstrijd opleveren. 

 

De internationale atletiekfederatie (IAAF) boog zich over de zaak en besloot deze week dat Caster Semenya haar testosterongehalte door middel van het slikken van remmers moet reduceren. Ze is blijkbaar ‘niet vrouw genoeg’ om uit te komen in de vrouwencategorie. Dus wordt ze tot vrouw gemaakt. 

 

De IAAF heeft hiermee indirect besloten dat Semenya niet mag zijn wie ze is. En dat is naast oneerlijk ronduit mensonterend. Het wordt pijnlijk duidelijk dat de sportwereld geen grip krijgt op mensen die niet in het traditionele plaatje van ‘man’ of ‘vrouw’ vallen. Dat daarover gepraat moet worden is duidelijk. De sportwereld is immers dé plek waar de scheiding tussen man en vrouw allesbepalend is. 

 

De weg die de IAAF, zich omtoverend tot genderpolitie, nu inslaat is absoluut de verkeerde. Oneerlijke competitie is absoluut geen geldig argument. Dat is het fundament van de sport: eerlijke competitie bestaat niet. Vraag dat maar aan mijn tegenstander van één meter zeventig. Ik ben dan ook blij om te horen dat de Zuid-Afrikaanse zich letterlijk niet uit het veld laat slaan. Ze verschijnt zaterdag aan de start van 800 meter in Doha. Als vrouw. En daar heeft niemand iets tegenin te brengen.