Delen

Hoe gaat het met representatie in de media?

Dagelijks worden wij overspoeld met beelden die tot ons komen via televisie, beeldschermen, printmedia en reclame in de publieke ruimte. De niet aflatende stroom aan beelden filteren en categoriseren we bewust en onbewust waarmee we de wereld om ons heen leren begrijpen. Dit continue proces, waarbij men beelden waarneemt en zich daar een mening over vormt, wordt beeldvorming genoemd. Aan de basis van beeldvorming ligt representatie, de wijze waarop de realiteit in beeld wordt gebracht.

Wat is representatie?

Er zijn twee typen representatie te onderscheiden. Ten eerste hebben we kwantitatieve representatie: Hoe vaak worden vrouwen en mannen afgebeeld of genoemd in de verschillende media? Hoe vaak worden sociale groepen zoals etnische minderheden of LHBT’ers in beeld gebracht? Is er sprake van een evenredige vertegenwoordiging onder experts, woordvoerders, presentatoren of bronnen? De tweede vorm van representatie is de kwalitatieve: Hoe worden vrouwen en mannen in beeld gebracht? Komen vrouwen anders in beeld dan mannen en is er sprake van stereotiepe beeldvorming? Uit onderzoek naar blijkt dat er zowel in de kwantitatieve als in de kwalitatieve representatie van vrouwen en mannen in de media grote verschillen voorkomen.

Verschillen in kwantitatieve representatie

Er zijn grote verschillen tussen de kwantitatieve representatie van mannen en vrouwen. Hoewel het aandeel van vrouwen in traditionele media – krant, tv en radio – tussen 1995 en 2010 is toegenomen, zien we nog steeds grote ongelijkheid.  In 1995 was één op de zes personen in het nieuws een vrouw, in 2010 was dit gestegen naar één op de vier. Ook in digitale nieuwsmedia zijn vrouwen ondervertegenwoordigd: in 2010 was maar 13 procent van de personen in het nieuws is vrouw. 

Als we naar leeftijd kijken dan zien we dat vrouwen minder vaak in beeld komen naarmate ze ouder zijn. Uit de wereldwijde meting blijkt dat van de 50-jarigen die op televisie komen, slechts 17 procent vrouw is. Ook onder de 50 jaar komen vrouwen veel minder vaak in beeld dan mannen in dezelfde leeftijdscategorie. Alleen bij de jongeren van 13 tot 18 jaar komen meisjes even vaak in beeld als jongens.

Verschillen in kwalitatieve representatie

Net als bij de kwantitatieve representatie van vrouwen en mannen zijn er ook grote verschillen in hoe vrouwen en mannen in beeld komen. Uit wereldwijde en Europese metingen blijkt dat mannen niet alleen vaker in beeld komen dan vrouwen, maar ook vaker als deskundige of leider. Hoe specifieker de functie, hoe minder vaak vrouwen in beeld komen, is het algemene patroon. Met andere woorden: mannen zijn sterk oververtegenwoordigd onder woordvoerders en experts. Bij de spreekwoordelijke ‘man in de straat’ is in Europese media circa 40 procent van de personen een vrouw. Maar van de woordvoerders en de experts die in het nieuws komen is maar circa 20 procent een vrouw. Nederland haalt dit Europese gemiddelde niet; van de experts in beeld is hier 12 procent vrouw. 

Een ander facet van kwalitatieve representatie is de setting waarin vrouwen en mannen worden afgebeeld. Onderzoek naar nieuws-gerelateerde krantenfoto’s laat zien dat vrouwen in 53 procent van de gevallen in de privéomgeving worden afgebeeld en in 37 procent als ‘vulling’ bij een artikel. Slechts in 7 procent van de gevallen bevinden zij zich in een werksituatie. Mannen zijn daarentegen vaker aan het werk – 23 procent – of aan het sporten – 17 procent.

Waarom is goede representatie in de media belangrijk voor vrouwen?

Een gemeenschappelijke conclusie van veel onderzoek is dat vrouwen vaak wórden besproken, terwijl mannen zelf spreken. Daarbij lijkt het bij vrouwen te gaan over kwaliteiten die ze al bezitten, bijvoorbeeld schoonheid, terwijl mannen worden beschreven met wat ze hebben bereikt, met hun prestaties. Zoals John Berger in 1972 al uitlegde: ‘Men act, and women appear.’ We kunnen concluderen dat mannen vaker in beeld zijn dan vrouwen, zeker in nieuwsmedia, dat het aandeel van vrouwen de laatste jaren wereldwijd niet toeneemt en in Nederland zelfs daalt. En hierin verschillen digitale media nauwelijks van de traditionele. Verder is duidelijk dat de wijze van representatie sterk overeenkomt met stereotiepe beeldvorming: de man als de natuurlijke leider en expert, de vrouw als het huiselijke, ondergeschikte type.

Het lijkt realistisch om te stellen dat een inclusieve beeldvorming in de media zowel positieve effecten heeft op de maatschappij als kansen biedt aan mediamakers. Het leidt tot bredere en betere perspectieven op de arbeidsmarkt en tot een meer evenredige werk-/zorgverdeling tussen vrouwen en mannen. Daarbij zullen uitsluiting en maatschappelijke ongelijkheid verminderen. Als de media niet meegaan met de maatschappelijke veranderingen zullen de verhalen en beelden die zij maken een groot deel van het publiek niet bereiken en zullen zij minder relevant worden in onze samenleving.

Meer weten?

Gerelateerde artikelen

Bekijk meer
  • Kennis
  • Onderwijs
  • Media
  • ...

Beeldvorming

  • Kennis
  • Media
  • ...

De winst van inclusieve media

  • Kennis
  • Onderwijs
  • Media
  • ...

Inclusieve taal

Bekijk meer