Delen

Hoe gaat het met representatie in de media?

Dagelijks worden wij overspoeld met beelden die tot ons komen via televisie, beeldschermen, printmedia en reclame in de publieke ruimte. De niet aflatende stroom aan beelden filteren en categoriseren we bewust en onbewust waarmee we de wereld om ons heen leren begrijpen. Dit continue proces, waarbij men beelden waarneemt en daar een mening over vormt, wordt beeldvorming genoemd. Aan de basis van beeldvorming ligt representatie, de wijze waarop de realiteit in beeld wordt gebracht.

Wat is representatie?

Er zijn twee typen representatie te onderscheiden. Ten eerste hebben we kwantitatieve representatie: Hoe vaak worden vrouwen en mannen afgebeeld of genoemd in de verschillende media? Hoe vaak worden etnische minderheden of LHBTI-personen in beeld gebracht? Is er sprake van een evenredige vertegenwoordiging onder experts, woordvoerders, presentatoren of bronnen? De tweede vorm van representatie is de kwalitatieve: Hoe worden vrouwen en mannen in beeld gebracht? Komen vrouwen anders in beeld dan mannen en is er sprake van stereotiepe beeldvorming? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er zowel in de kwantitatieve als in de kwalitatieve representatie van vrouwen en mannen in de media grote verschillen voorkomen.

Verschillen in kwantitatieve representatie

Wat betreft kwantitatieve representatie bestaat er grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Hoewel het aandeel van vrouwen in de traditionele media – krant, tv en radio – tussen 1995 en 2020 is toegenomen, zien we nog steeds grote ongelijkheid. In 1995 was één op de zes personen in het nieuws een vrouw, in 2020 is dit gestegen naar iets meer dan één op de vier: 28%. De digitale nieuwsmedia doen het zelfs nog een stukje slechter dan de traditionele media: in 2020 was slechts 22% van de mensen in beeld vrouw. En belangrijk om te vermelden: in de afgelopen 25 jaar is het percentage vrouwen in nieuwsmedia nooit hoger geweest dan 30%.

Als we naar leeftijd kijken dan zien we dat vrouwen minder vaak in beeld komen naarmate ze ouder worden. Op de Nederlandse televisie is slechts 1 op de 4 mensen van in de 50 een vrouw. Ook onder de 50 jaar komen vrouwen veel minder vaak in beeld dan mannen in dezelfde leeftijdscategorie. Opvallend is dat alleen bij jongeren onder de 19 meisjes ongeveer even vaak in beeld komen dan jongens. 

Verschillen in kwalitatieve representatie

Net als bij de kwantitatieve representatie van vrouwen en mannen zijn er ook grote verschillen in de manier waarop vrouwen en mannen in beeld komen. Uit wereldwijde en Europese metingen blijkt dat mannen niet alleen vaker in beeld komen dan vrouwen, maar ook vaker als deskundige of leider. In het algemeen geldt: hoe specifieker de functie, hoe minder vaak vrouwen in beeld komen. Mannen zijn daardoor in de media sterk oververtegenwoordigd onder woordvoerders en experts. In Nederland is slechts 22% van de mensen die als expert in het nieuws verschijnen vrouw.  

Een ander belangrijk aspect van kwalitatieve representatie is de setting waarin vrouwen en mannen worden afgebeeld. Onderzoek naar nieuws-gerelateerde krantenfoto’s laat zien dat vrouwen in 53% van de gevallen in hun privéomgeving worden afgebeeld en in 37% als ‘vulling’ bij een artikel. Slechts in 7% van de gevallen bevinden zij zich in een werksituatie. Mannen zijn in de foto’s daarentegen vaker aan het werk – 23% – of aan het sporten – 17%. Ook moslim vrouwen worden vaak in dezelfde setting in beeld gebracht. In een onderzoek naar 4.482 foto’s in de beeldbank van het ANP, die allemaal de tag ‘moslima’ dragen, blijkt dat 94% van de moslim vrouwen buitenshuis (op straat, op de markt, of in het OV) wordt gefotografeerd. Onderzoeker Cigdem Yuksel zegt hierover: “Dat deze vrouwen enkel in deze omgevingen te zien zijn geeft de indruk dat het leven van deze vrouwen beperkt is en niet veel meer is dan lopen over straat, winkelen en naar school gaan. Terwijl in werkelijkheid het leven van deze vrouwen veel veelzijdiger is.” 

Waarom is goede representatie in de media belangrijk voor vrouwen?

Een gemeenschappelijke conclusie van veel verschillende onderzoeken is dat vrouwen vaak wórden besproken, terwijl mannen zelf spreken. Daarbij lijkt het bij vrouwen vaak te gaan over kwaliteiten die ze al bezitten, bijvoorbeeld schoonheid, terwijl mannen worden beschreven aan de hand van wat ze hebben bereikt, oftewel hun prestaties. Zoals John Berger in 1972 al zei: ‘Men act, and women appear.’ We kunnen concluderen dat mannen vaker in beeld zijn dan vrouwen, zeker in nieuwsmedia, dat het aandeel van vrouwen de laatste jaren wereldwijd én in Nederland niet toeneemt. Hierin verschillen digitale media nauwelijks van de traditionele. Verder is duidelijk dat de wijze van representatie sterk overeenkomt met stereotiepe beeldvorming: de man als de natuurlijke leider en expert, de vrouw als het huiselijke, ondergeschikte type.

Het lijkt realistisch om te stellen dat inclusieve beeldvorming in de media zowel positieve effecten heeft op de maatschappij als kansen biedt aan mediamakers. Het leidt tot bredere en betere perspectieven op de arbeidsmarkt en tot een meer evenredige werk-/zorgverdeling tussen vrouwen en mannen. Daarbij zullen uitsluiting en maatschappelijke ongelijkheid verminderen. Als de media niet meegaan met de maatschappelijke veranderingen zullen de verhalen en beelden die zij maken een groot deel van het publiek niet bereiken en zullen zij minder relevant worden in onze samenleving.

Meer weten?

Gerelateerde artikelen

Bekijk meer
  • Kennis
  • Onderwijs
  • Media
  • ...

Beeldvorming

  • Kennis
  • Media
  • ...

De winst van inclusieve media

  • Kennis
  • Onderwijs
  • Media
  • ...

Inclusieve taal

Bekijk meer