Delen

Geneesmiddelen

Genderverschillen kunnen invloed hebben op het gebruik en de werking van medicatie. Tot het eind van de vorige eeuw werden vrouwen meestal uitgesloten van geneesmiddelenonderzoek, waardoor van veel bestaande medicijnen de specifieke werking op vrouwen niet bekend is.

 

Feiten en cijfers

  • Vrouwen gebruiken meer en langduriger geneesmiddelen, en ze melden vaker bijwerkingen dan mannen.
  • Vrouwen belanden 33% vaker in het ziekenhuis door bijwerkingen van medicijnen.
  • Tot het eind van de vorige eeuw werden vrouwen meestal uitgesloten van geneesmiddelenonderzoek. Tegenwoordig worden nieuwe geneesmiddelen in toenemende mate op vrouwen én mannen getest. Maar het behandeleffect wordt bijna nooit apart beschreven voor mannen en vrouwen.
  • De specifieke werking van veel bestaande medicijnen op vrouwen is niet bekend. Daarmee is ook weinig zicht op de achtergronden van de bijwerkingen bij vrouwen.

Genderverschillen bij geneesmiddelen

De reden dat geneesmiddelen een lange tijd vrijwel uitsluitend op mannen zijn getest, kent meerdere redenen. Allereerst de aanname dat de hormonale cyclus van vrouwen of het gebruik van de anticonceptiepil invloed uitoefent op de onderzoeksresultaten. Daarnaast werd in de jaren ’60 het kalmeringsmiddel thalidomide – softenon in Nederland – ingevoerd, dat o.a. goed werkte tegen zwangerschapsmisselijkheid. Maar al snel nadat het veelvuldig werd voorgeschreven, werden duizenden baby’s met misvormde ledematen geboren. Het zorgt ervoor dat er vaste regels komen om de veiligheid en effectiviteit van medicatie te testen. Maar dit betekent ook dat geneesmiddelen sindsdien op zwangere dieren worden getest, maar dat vrouwen vaak zijn uitgesloten van medicijnonderzoek. Onderzoekers wisten immers niet zeker of een vrouw zwanger was.

De uitsluiting van deelname aan onderzoek, zorgt ervoor dat vrouwen vaker last hebben van bijwerkingen door medicijnen. Van de 10 geneesmiddelen die tussen 1997 en 2000 van de markt zijn gehaald, was dit bij 8 vanwege ernstige gezondheidsrisico’s door bijwerkingen bij vrouwen. Verschillen tussen mannen en vrouwen zoals lichaamsgewicht, vetpercentage en stofwisselingssnelheid zorgen ervoor dat geneesmiddelen op een andere manier en in een ander tempo door het lichaam worden opgenomen en afgebroken. Toch wordt hier in de dosering tot op heden geen rekening mee gehouden.

Cara Tannenbaum, wetenschappelijk directeur van het Canadese Institute of Gender and Health, geeft in dit artikel van de Groene Amsterdammer het voorbeeld van zolpidem: ‘Pas nadat het slaapmiddel 25 jaar op de markt was, werd ontdekt dat de werkzame stof veel langer in het bloed van vrouwen aanwezig was, waardoor zij ’s ochtends nog slaperig achter het stuur konden belanden. In 2013 is op de bijsluiter de dosering voor vrouwen gehalveerd’.

In de huidige regelgeving voor Europa en de V.S. wordt aanbevolen om een geneesmiddel te testen op de doelgroep voor wie het middel bedoeld is. Toch worden in klinische studies (fase-I- en fase-II-trials) nog steeds vooral mannelijke proefdieren gebruikt en worden de onderzoeksresultaten van onderzoeken met zowel mannen als vrouwen als proefpersonen nog niet altijd apart geanalyseerd. Hierdoor blijven verschillen mogelijk verborgen.

 

Meer artikelen:

 

Organisaties:

  • Lareb
  • College ter beoordeling van geneesmiddelen