Olaf is huisarts en in transitie

“Van kinds af aan wist ik dat ik iets met geneeskunde wilde doen. Tijdens mijn studie neigde ik al snel naar huisartsgeneeskunde. Als huisarts ben je namelijk veel bezig met het menselijke en sociale aspect van zorg, daar waar dokters in een ziekenhuis meer gericht zijn op het ‘ziek zijn’. En juist dat menselijke aspect spreekt me aan.”


 

Olaf* is 15 jaar lang werkzaam geweest in een huisartsenpraktijk in Nijmegen. Nu draait hij losse diensten op de huisartsenpost en is hij daarnaast als kwaliteitsmedewerker verantwoordelijk voor het medische beleid van zijn oude praktijk. Naast dat hij zelf een aantal patiënten in zijn praktijk heeft begeleid die transgender zijn, staat hij zelf ook aan het begin van zijn transitie. 
 

Komt een trans persoon bij de dokter
“Ik ben van een aantal trans personen huisarts geweest. Mijn eigen identiteit stopte ik destijds weg: ik had een gezin en een goede baan. Ik was dus nog niet met mezelf bezig, maar vooral nieuwsgierig naar hun verhalen. Die bleken heel verschillend te zijn. De één wist precies wat hij wilde, ik hoefde alleen hier en daar ondersteuning te bieden. Dat deed ik door tijdens onze gesprekken te luisteren, spiegelen en te supporten. De ander was nog veel meer zoekende, en dus hebben we samen bekeken welke kant de patiënt op wilde en hoe dit mogelijk was. Tijdens deze gesprekken moest ik veel meer onderzoeken wat de gevoelens van de patiënt waren, of diegene wel of geen hormoontherapie wilde beginnen en wat diegene überhaupt nodig had om antwoorden op deze vragen te krijgen.”
 

De rol van de huisarts 
“Als huisarts kun je trans personen op twee vlakken helpen. Allereerst het psychologische en sociale vlak. Jezelf laten zien heeft voor trans personen enorm veel impact, waarbij ze in de maatschappij tegen enorme schroom en schaamte aanlopen. Ik denk dat je als huisarts een grote ondersteunende rol kunt hebben, door een open houding aan te nemen. Ik stel me laagdrempelig en nieuwsgierig op, en hoop met mijn houding aan te geven: alles mag er zijn.”
 

“Daarnaast is er natuurlijk het technische vlak: de medische transitie. Daarbij loop je als huisarts tegen enorme wachtlijsten aan waar je weinig aan kunt doen. Voor de patiënt zelf is dit natuurlijk het meest vervelend. Hebben zij eindelijk de moed opgebracht om te zeggen ‘dit is wie ik ben’, moeten ze daarna enorm veel geduld hebben. Daarom bekijk ik binnen de grenzen van mijn beroep wat ik voor hen alvast kan betekenen, bijvoorbeeld door hormonen voor te schrijven. Ik zit dan wel in een soort spagaat: ik doe het omdat ik graag wil helpen, maar het is in principe geen eerstelijnsgeneeskunde.” 
 

Dubbelleven  
“Ik zag deze patiënten ver voor de start van mijn eigen proces. Ik heb lang een dubbelleven geleid. Schaamte heeft een hele centrale rol gespeeld: ik was bang dat mensen me niet zouden begrijpen en me zouden verstoten. Ik stopte het weg en vertelde mezelf zo vaak ‘dit waait wel over’ dat ik het ging geloven. Heel naïef.”  

“Overwaaien gebeurde niet. Het is tot het punt gekomen dat ik er toch iets mee moest doen. Ik heb veel gesprekken gevoerd met psychologen, waarna ik vorig jaar de eerste stap heb gewaagd: ik heb me aangemeld bij Stepwork voor Transgenderzorg. Toen bleek al snel dat na elke stap een nieuwe volgt. In mijn geval werd mijn proces met elke stap die ik nam zichtbaarder voor mijn omgeving, maar vooral op mijn werk zag ik een flinke drempel om te zijn wie ik ben. Mijn psycholoog vertelde me dat ik die drempel misschien over moest, waarop ik reageerde met: ‘Ja hallo, ik ben huisarts! Ik heb een representatieve functie’. Uiteindelijk heb ik het aangedurfd en heb ik al mijn collega’s en mensen met wie ik werk een persoonlijke mail gestuurd. Die mail hebben in totaal 500 mensen ontvangen. Ik hield het niet meer van de zenuwen, maar de reacties waren overweldigend. Ik had nooit verwacht dat ik open kon zijn over mijn identiteit, maar nu blijkt dus van wel.” 

De prijs is enorm
“Naast mijn werk gebeurde er privé natuurlijk ook van alles. Met m’n ex-partner liep ik tegen de grenzen aan wat voor haar acceptabel was. We hebben het uiteindelijk ook niet gered. Dat was heel verdrietig en heel dubbel. Het is mooi om jezelf te mogen zijn, maar de prijs is enorm. Dat is een kant van het verhaal die ik heel lastig vind. Ik voel me vaak schuldig over wat ik mijn gezin aandoe, maar soms ook over de enorme blijdschap die ik voel over wie ik nu ben. Ik wist vroeger: als ik dit ooit vertel, maak ik veel mensen ongelukkig. M’n coming-out en m’n transitie vallen tot nu toe mee, maar het is dit gedeelte waar ik het meest verdrietig over ben.”

Komt een dokter bij de dokter
“Voor de gesprekken met de psychologen had ik een verwijzing nodig van mijn eigen huisarts, met wie ik heel blij ben. Ik heb haar niet eens vaak gezien in dit proces. Maar het was wel nodig om met haar te gaan praten, met name toen het thuis escaleerde. Dat vond ik in het begin spannend. Maar ze luisterde, zonder te oordelen. Ik gaf bij haar aan: ik heb hulp nodig om met deze situatie te kunnen dealen, waarna ze me doorstuurde naar de psycholoog. Daarnaast had ik de behoefte om naar een genderkliniek te gaan, dus ook daar verwees ze me naar door. Ik kreeg bij de kliniek te horen dat ik negen maanden moest wachten tot m’n intake, waar later nog eens een half jaar bij kwam. Dat was voor mij onacceptabel lang. Ik wacht er nog steeds op.” 

“Toen duidelijk werd dat ik lang moet wachten, heb ik bij m’n huisarts gepolst: kun jij niet een rol spelen in mijn medische transitie? Ze gaf direct aan dat ze dat niet ging doen, omdat ze de kennis en affiniteit niet had. Net zoals ik bij mijn patiënten ooit deed, heeft ze voor zichzelf de grenzen aangegeven waarbinnen ze werkt. Theoretisch gezien zou ik mezelf hormonen kunnen voorschrijven, maar dat is niet de weg. Ik zit op dit moment dus klem, en dat is heel lastig.”

'Wat ben je mooi'
Wat ik in de tussentijd wel kan doen is werken aan m’n sociale transitie. Ik probeer niet al te ver in de toekomst te kijken. Het is nu een kwestie van veel mensen op de hoogte stellen van m’n identiteit en hen te laten wennen. Daarbij is het fijn om te merken dat de twijfels die ik zelf nog had, compleet weg zijn. Ik twijfelde eerst of mijn genderidentiteit mijn consultvoering in de weg zou staan. Ik had nooit durven denken dat ik het spreekuur kon doen met het uiterlijk dat ik nu heb, maar dit blijkt wel het geval. Als mensen al reageren, is het positief. Als ze me na een lange tijd weer zien, zeggen ze bijvoorbeeld dat ik mooi ben, waarmee ze op hun manier laten weten dat het oké is. Dat was een opluchting: voor veel mensen doet het er niet toe. Ze willen gewoon een goed consult bij de huisarts, waarbij het niet uitmaakt wie er voor ze zit.”

 

*Ten tijde van het interview gebruikte Olaf de voornaamwoorden hij/hem