Persoonlijke verhalen

Vooroordelen kunnen gelijke kansen of gelijke behandeling in de weg staan. Wij hebben een aantal mensen gesproken met beroepen die je misschien niet meteen zou verwachten. Wat blijkt? Ze krijgen nog vaak te maken met ongeloof maar dit weerhoudt ze niet om het werk te doen waar ze blij van worden. Laat je inspireren door hun verhalen!

“Ik heb zo vaak gehad dat mensen als ik mijn beroep als ‘schilder’ benoemde, dachten dat ik kunstwerken maakte.” - Alexandra Velthuijzen, schilder.
Alexandra Velthuijzen, schilder.

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om schilder te worden?

“Eigenlijk heb ik er niet echt voor gekozen maar ben ik er soort van ingerold. Mijn moeder had de hulp ingeschakeld van een vriend van de familie die bouwvakker is om een zoldervloer te slopen en opnieuw te leggen. Ik ging daar toen bij helpen. Ik was net gestopt met mijn buitenschoolse dansopleiding vanwege blessures maar was daardoor nog behoorlijk sterk en gespierd. Hij vond dat ik goed werkte, eigenlijk beter dan een paar jonge mannen die hij ooit als hulp had gehad. Toen hij een maand later een grote klus had met het vervangen van boeidelen op een steiger vroeg hij daarom mijn hulp. Ik had toen verder nog geen kennis qua schilderwerk en deed meer dienst als krachtpatser/loopjongen op dat moment. Toen hij mijn werk goed genoeg vond besloot hij mij alle ins and outs van het schilderwerk te leren zodat ik de schilderklussen die hij over had van hem kon overnemen. Na meerdere klussen via hem te hebben gedaan kreeg ik doorverwijzingen via die opdrachtgevers en zo begon ik mijn eigen netwerk van klanten op te bouwen.”

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om schilder te worden?

“Wat betreft schilderwerk denk ik niet. Bij andere klussen zoals keukens zetten en vloeren leggen waarbij kracht meer een probleem kan geven misschien wel. Ik had eigenlijk wel verwacht dat het moeilijk zou kunnen zijn, daarom had ik me bij de KvK ingeschreven met de naam AlexProjecten om de indruk te wekken dat ik een man was. Maar over het algemeen heeft het juist in mijn voordeel gewerkt dat ik een vrouw ben. Ik heb er altijd positieve reacties op gehad van opdrachtgevers. Ik denk dat dat voornamelijk komt omdat men denkt dat vrouwen preciezer werken.”

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere schilders? Zo ja, hoe is dat?

“Absoluut. Ik ben eigenlijk nog geen een vrouwelijke collega tegen gekomen, ook al kan ik me niet voorstellen dat ze er niet zouden zijn. Ik heb er meestal niet echt problemen mee, behalve als ik materiaal inkopen doe. Daar ben ik meestal wel een bezienswaardigheid en zie ik de mannen elkaar soms wel aantikken. Ook met buitenklussen kan het soms zijn dat er in dezelfde straat mannelijke schilders bezig zijn die altijd even komen aanschouwen en die het van me over willen nemen als ik de trap verplaats.”

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als vrouw, schilder bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

“Ik heb eigenlijk nog nooit iemand gehad die het vanzelfsprekend vond. Ik heb zo vaak gehad dat mensen, als ik mijn beroep als ‘schilder’ benoemde, dachten dat ik kunstwerken maakte. Tegenwoordig zeg ik daarom maar dat ik ‘huisschilder’ ben gevolgd door een uitleg wat het werk precies inhoudt. Al zijn de meeste reacties vaak positief, vooral van andere vrouwen, krijg ik soms ook wel de vraag of dit werk niet te zwaar is voor een vrouw en hebben mannen meestal de neiging om daarna te vertellen wat voor ‘stoere’ dingen zij in het dagelijks leven doen. Ik vind het altijd wel grappig om de verbazing te zien. Ik vind het juist leuk dat ik iets doe wat voor vrouwen niet gebruikelijk is. Juist omdat hun verbazing mensen zo duidelijk laat zien dat ze bevooroordeeld zijn”.

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

“Ja, dat gebeurt eigenlijk te vaak. Zij hebben door mijn werkkleding wel altijd door dat ik aan het schilderen ben, maar ze hebben nooit door dat ik het betaald doe. De postbode denkt altijd dat ik de eigenaar van het huis ben, als het een nieuw huis is de buren ook. En als ik in de trein naar huis zit wordt mij altijd gevraagd of ik mijn huis zelf aan het schilderen ben. Zelfs bij materiaal inkopen kreeg ik in het begin soms de opmerking ‘Fijn je huis aan het schilderen?’.”

"Veel mensen hebben een stereotiep beeld in hun hoofd van hoe een directeur eruit hoort te zien, ze denken dan aan een mannelijke manager van rond de veertig jaar." - Kristel Groenenboom, eigenaar van een containerbedrijf.
Kristel Groenenboom, eigenaar van een containerbedrijf

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om eigenaar van een containerbedrijf te worden?

"Als klein kind wilde ik dit al. Ik ging regelmatig mee met mijn vader en ik had veel bewondering voor zijn werk. Het is een stoere wereld van lassers, stralers en spuiters. Dit trok mij als klein meisje al aan. Daarnaast maken we hele bijzondere producten voor diverse klanten en sectoren. Je ontmoet zoveel verschillende mensen. Ook op internationaal gebied."

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om eigenaar van een containerbedrijf of directeur te worden?

"Ja, vrouwen en zeker jonge vrouwen krijgen met veel vooroordelen te maken. Veel mensen hebben een stereotiep beeld in hun hoofd van hoe een directeur eruit hoort te zien, ze denken dan aan een mannelijke manager van rond de veertig jaar. Dit merk je zelf op verschillende vlakken, maar er is ook wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Als je als jonge vrouw de directeur blijkt te zijn van een containerbedrijf dan voldoe je niet aan het stereotiepe beeld en dan krijg je al snel rare of bevooroordeelde reacties. Bijvoorbeeld: toen ik in het begin van mijn carrière een nieuwe heftruck wilde aanschaffen, wilde de verkoper liever zaken doen met een mannelijke collega. Hij ging er al direct vanuit dat vrouwen niet technisch zijn. Bij veiligheidsaudits of ISO audits staat er zelfs standaard als aanspreking in rapporten ‘Dhr. ‘ of ‘Meneer … ‘. Dit is zo gestandaardiseerd omdat men er al vanuit gaat dat het geen vrouwen zijn waarmee ze de audit uitvoeren." 

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere directeuren? Zo ja, hoe is dat?

"Ja, heel vaak. Elke dag kom ik talloze verbaasde blikken tegen als ik zeg dat ik de directeur ben of als ik bijvoorbeeld een heftruck ga kopen. Niet alleen het feit dat ik een vrouw ben verbaast mensen, maar ook mijn leeftijd. Na acht jaar vind ik dit niet meer zo vreemd en voel ik me er ook niet meer ongemakkelijk over. Maar jammer vind ik het wel. Ik had graag meer vrouwen gezien in ondernemersraden en besturen." 

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als vrouw, eigenaar van een containerbedrijf bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Het meest vervelende vind ik de vragen die men kan stellen: ‘hoe oud ben jij?’; ‘heb je een man in de zaak?’; ‘is het vastgoed ook van jou?’ of ‘vind je dit beroep eigenlijk echt leuk of is het gedwongen?’. Dit soort vragen vind ik gewoon onbeschoft en zelfs beledigend en het maakt heel duidelijk hoe mensen redeneren vanuit hokjes.  Zulke vragen zou men niet zo snel aan een man stellen."

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

"Ja. Men denkt aan de receptie dat je de koffiejuffrouw bent. Ik heb een keer meegemaakt dat een man me vroeg of ik even de directeur wilde gaan halen. Hij had een afspraak met ‘Meneer Groenenboom’. Ik heb hem toen 15 minuten laten wachten en later mijn mannelijke collega op hem afgestuurd. Die zei toen: ‘de directeur? U heeft haar net gezien.’. 
Een andere keer vroeg een vertegenwoordiger naar ‘Meneer Kristel’, omdat hij ervan uitging dat de eigenaar van het bedrijf wel een man moest zijn. Dit is later de titel van mijn boek geworden ‘Mag ik meneer Kristel even spreken’. Ik was hier toen heel verbaasd over en vond het ook ongelofelijk dat in deze moderne tijd mensen nog zo bevooroordeeld en stereotyperend kunnen denken. Waarom kan een vrouw geen (goede) directeur zijn van een metaalbedrijf?"

"Ik heb veel de vraag gekregen waarom ik koos voor een vrouwenberoep." - Simon Hay, pedagoog.
Simon Hay, pedagoog

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om pedagoog te worden en bij de kinderopvang te werken?

"Toen in 12 jaar oud was is mijn jongste broertje geboren (ik heb daarnaast nog een twee jaar jongere broer en een vier jaar jongere zus). Vanaf het eerste moment hebben we veel met elkaar opgetrokken. Hij wilde overal mee naartoe en ik vond dat ook heel gezellig. Ik vond het bijzonder om van zo dichtbij een mens te zien ontwikkelen. Het enige wat ik hoefde toe doen was hem zich op zijn gemak te laten voelen. Hij stelde vervolgens vragen, deelde zijn mening en visie op de wereld. Ik raakte gefascineerd door het perspectief van kinderen en wilde graag met kinderen werken. Ik heb eerst een aantal jaar als pedagogisch medewerker op baby- dreumes-, peuter- en buitenschoolse opvang gewerkt. Daarna heb ik als locatiemanager gewerkt en ben deeltijd pedagogiek gaan studeren aan de Universiteit van Leiden. Vanaf 2008 werk ik als pedagoog."

Heb je het idee dat er voor mannen meer obstakels zijn om pedagoog te worden? Of om bij een kinderopvang te werken?

"Jazeker, maar door de obstakels te hebben moeten trotseren ben ik snel vakvolwassen geworden. Ik heb voornamelijk obstakels ervaren toen ik op de groep werkte als pedagogisch medewerker. Toen ik met baby’s werkte vonden een aantal ouders het niet prettig dat een man bij hun kind op de groep stond. Ik heb geleerd dat de zorg van ouders niet mij als persoon betreft, maar het feit dat ik een man ben. Toen ik dit realiseerde ben ik de situatie als een mooie uitdaging gaan zien: ik wilde ouders laten ervaren dat ik net zo goed voor hun kind kon zorgen als mijn collega’s. Als dat lukt en als ouders dan aangeven een man op de groep een mooie aanvulling te vinden, ervaar ik dat wel als overwinning.

Een ander obstakel vond ik, zeker toen ik net ging studeren, de reacties van mijn omgeving op mijn beroepskeuze. Gelukkig was mijn directe omgeving heel ondersteunend, maar ik heb ook veel de vraag gekregen waarom ik koos voor een vrouwenberoep. Hoe ouder ik werd hoe minder de mening van de omgeving ertoe ging doen, maar als je jong bent is het lastig om buiten de groep te vallen."

Ben je als man vaak in de minderheid tussen andere pedagogen? Zo ja, hoe is dat?

"Ja, ik ken geen andere mannelijke pedagoog werkzaam binnen de kinderopvang. Er zullen er vast nog meer zijn, maar het zijn er niet veel. Maar elke situatie heeft voor- en nadelen. Natuurlijk is het jammer niet te kunnen afstemmen met iemand in exact dezelfde positie als ik, maar tegelijkertijd ervaar ik heel goed contact met mijn vakgenoten. Ik merk dat ik mijzelf niet meer als uitzondering zie, maar ik word soms geconfronteerd met mijn uitzonderingspositie door een ander die vraagt hoe het is om de uitzondering te zijn. Dan denk ik “oh ja, ik ben inderdaad de enige man die aanwezig is”. Met andere woorden:  ik voel mij heel prettig in de sector."

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als man, pedagoog bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Ik heb dat heel vaak. Ik vind dat ook wel leuk, en ik maak er ondertussen een geintje van. Ik vind het wel mooi om mensen die verbaasd reageren als ik zeg dat ik in de kinderopvang werk, te confronteren met hun genderstereotypering. Als ik hen vraag in welke sector zij dachten dat ik werkzaam ben, dan zie je ze wat ongemakkelijk naar antwoorden zoeken. Vaak volgt daarna een leuk gesprek over de inhoud van mijn vak in plaats van over wie wel of niet in de kinderopvang ‘hoort’ te werken."

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

Op kinderopvanglocaties word ik door andere ouders wel eens gevraagd van welk kind ik de vader ben. Als ik dan de namen van mijn kinderen noem en er zichtbaar geen belletje gaat rinkelen bij de ouder, dan vertel ik dat mijn kinderen niet naar deze opvang gaan en dat ik hier werk. De ander confronteren met genderstereotypering blijft leuk.

“Kickboksen is toch een mannenwereld. Je moet je wat meer bewijzen tussen al dat testosteron, anders word je niet serieus genomen. Respect moet je vaak afdwingen.” - Anissa Haddaoui, kickbokser.
Anissa Haddaoui, kickbokser

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om kickbokser te worden?

"Toen ik een jaar of 18 was stond ik voor de keuze: sporten of studeren (op dat moment deed ik beide). Ik wilde niet gemiddeld zijn en mijn hart koos voor de sport." 

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om kickbokser te worden?

"Ja, het is toch een mannenwereld. Je moet je wat meer bewijzen tussen al dat testosteron, anders word je niet serieus genomen. Respect moet je vaak afdwingen.”

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere kickboksers? Zo ja, hoe is dat?

“Ja zeker. Ik word vaak onderschat wanneer er nieuwe mensen vanuit het buitenland komen om te trainen. In het begin is het misschien wat lastig, maar je vindt uiteindelijk toch je manier.”

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als vrouw, kickbokser bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

“Ja absoluut! Ze verwachten het niet. En al helemaal niet van mij. Ik voldoe blijkbaar niet aan het stereotype. Sommigen begrijpen het inderdaad niet. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat ze me liever in een film zien spelen of in een glossy. Maar dat boeit mij vrij weinig, ik weet waar ik voor sta en ik ben daar zelfverzekerd in.”

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

“Ja dat denk ik wel. Maar als ik zeg dat ik topsporter ben, dan kunnen ze zich daar in vinden. Wanneer ik zeg dat ik kickboks dan hoor ik hun bovenkamer even gaan, dat is best grappig. En dan komt de meest gestelde vraag: ‘dus we moeten geen ruzie met jou zoeken?’ Waarop ik antwoord: ‘nee, dat klopt!’.”

"Mensen kunnen, na twintig jaar, nog steeds verbaasd reageren als ik vertel dat ik gevangenisdirecteur ben." - Natascha Veeren, gevangenisdirecteur.
Natascha Veeren, gevangenisdirecteur

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om directeur van een (mannen)gevangenis te worden?

"Ik heb er niet voor gekozen gevangenisdirecteur te worden, maar ben ik voor de functie gevraagd. Op 20 jarige leeftijd, toen ik moeder was van een 3-jarige dochter, moest ik een beroepskeuze maken. Toen ben ik als gevangenisbewaarder begonnen en heb diverse functies binnen het bedrijf bekleed. Het salaris was voor mij een doorslaggevende reden om de keuze op het gevangeniswezen te laten vallen.

Op mijn 30ste was ik als manager werkzaam in de gevangenis in Zoetermeer. Door diverse misstanden, bij de toenmalige directie, ben ik benaderd om samen met een interim directeur die gevangenis te gaan leiden. Heel snel daarna ben ik gevangenisdirecteur geworden." 

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om gevangenisdirecteur te worden?

"Zelf denk ik niet zo gauw dat er obstakels zijn, het gaat er om wat je er zelf, maar ook je omgeving, van maakt. Het is een pittige baan waar je sterk voor in je schoenen moet staan. De baan is niet voor iedereen weggelegd, dat geldt voor zowel mannen als vrouwen. Je moet een dikke huid hebben en je moet dingen van je af kunnen laten glijden.

Het gevangeniswezen spreekt tot bijna ieders verbeelding. Zelfs nu nog denken familie en vrienden dat ik dagelijks word uitgescholden en dat vechtpartijen niet van de lucht zijn. Dit valt over het algemeen ontzettend mee. Met mensen in gesprek blijven is de sleutel. Dat wil niet zeggen dat er geen machocultuur heerst. Het is nog steeds een wereld met overwegend mannen.

Verder is er een enorm verschil tussen het werk nu en dertig jaar geleden. In mijn beginjaren was dit werk als vrouw pionieren. Er waren geen aparte voorzieningen, zoals toiletten, douches of aparte ruimtes, voor vrouwen. Tegenwoordig zijn vrouwen meer en beter vertegenwoordigd, zowel op de werkvloer als binnen directieteams. De divisiedirecteur en de plaatsvervangend hoofddirecteur waar ik nu werk, zijn vrouwen." 

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere directeuren? Zo ja, hoe is dat?

"Vroeger wel, tegenwoordig stukken minder. Dat voelt op zich goed want de functie maakt geen onderscheid. Dat doen de mensen zelf. Het is aan jou hoe hier mee om te gaan."

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als vrouw, gevangenisdirecteur bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Mensen kunnen, na twintig jaar, nog steeds verbaasd reageren als ik vertel dat ik gevangenisdirecteur ben. Maar tegenwoordig ervaar ik dat mensen, in het bijzonder donkere mensen en vrouwen, vol trots en bewondering kunnen reageren op wat ik doe en bereikt heb. Dat was vroeger minder, maar dat kan ook met mijn leeftijd te maken hebben.

Een vrouw zijn in een mannenwereld als de mijne is bijzonder, maar een donkere vrouw als gevangenisdirecteur is al helemaal zeldzaam. Ik heb heel veel verhalen over hoe mensen kunnen reageren op mijn rol als directeur. Zo zijn er soms gedetineerden of ketenpartners die komen voor een gesprek met mij en vragen waar de ‘echte’ directeur blijft, terwijl ik al voor ze sta. Of partners van medewerkers die ik buiten werk tegenkom en die zich dan zichtbaar afvragen hoe het mogelijk is dat ik gevangenisdirecteur ben.

Met mijn man ben ik op werkbezoek geweest in Suriname. We werden met de dienstauto van de gevangenis aldaar opgehaald en moesten even wachten tot we werden opgehaald om aan het directieteam voorgesteld te worden. Ik hoorde de portier door de intercom zeggen: ‘De directeur is er samen met zijn secretaresse.’ Dit terwijl het eigenlijk al duidelijk was dat het om mij draaide. Ik heb daarna even een hartig woordje met de desbetreffende medewerker gesproken en ik kon er eigenlijk wel smakelijk om lachen. Want dat is toch wat ik meestal doe om zulke opmerkingen en situaties. Toch worden deze situaties en opmerkingen steeds minder. Wellicht kan het ook zijn dat ik ze gewoon niet meer hoor."

"Ze hebben mij zeer vaak ingeschat als de loodgieter, de groenteboer, verkoper, Jehova's getuige, man van de Turkse/Marokkaanse buurvrouw, koerier, taxichauffeur..." - Ömer Sarioglu
Ömer Sarioglu, verloskundige

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om verloskundige te worden?

"Ik wilde graag arts/gynaecoloog worden in verband met deficiënties voor de aanmelding geneeskunde die ik destijds niet kon wegwerken. Ik heb toen in overleg met mijn ouders en met de decaan gekozen voor een vak wat second best zou zijn voor een jonge Turks/Nederlandse man. Het moest een vak zijn waarin je zelfstandig kon zijn en niet een hulpje zou worden van een persoon die hiërarchisch boven je stond. Status en aanzien is immers erg belangrijk binnen de Turkse gemeenschap."

Heb je het idee dat er voor mannen meer obstakels zijn om verloskundige te worden?

En of! Het is niet een baan die je even kan uitproberen om te zien of het iets voor je is. Je maakt grote opofferingen om een vroedvrouw/man te worden. Het is letterlijk een make-over van je identiteit om dit zware vak uit te kunnen oefenen."

Ben je als man vaak in de minderheid tussen verloskundigen? Zo ja, hoe is dat?

"Ik ben altijd in de minderheid. Dat zal ook altijd blijven. Dit vak is niet voor elke vrouw weggelegd, laat staan voor elke man. De eigenschappen die je nodig hebt of je eigen moet maken om als verloskundige te kunnen werken zijn heel specifiek. Als je het van nature hebt dan is dat mooi. Zo niet, dan is het de vraag of je voldoende daadkracht hebt om het te leren. Het is zeer pittig."

Reageren mensen wel eens verbaasd wanneer je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij als man verloskundige bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Ja zeker! Nog dagelijks! Een mannelijke verloskundige past niet binnen de stereotypering van het volk. "Ben je dan wel empathisch genoeg?";"Kan je je wel voldoende identificeren met een barende?"; "Hoezo ben je geen arts maar een verloskundige?"; "Ben je wellicht gay?" "O ja, dan kan het weer wel." Etc. etc. 

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet? 

Ik grap tegenwoordig regelmatig wanneer bezoek na een baring binnenkomt. Als ze zich voorstellen, stel ik mij soms voor de grap voor als "Hai, ik ben de Ziggo-monteur. Kwam toevallig binnen en moest even een kindje opvangen." Het is heel komisch Mensen hebben mij zeer vaak ingeschat als de loodgieter, de groenteboer, partner van de verloskundige, ambulanceverpleegkundige, verkoper, Jehova's getuige, de man van een Turkse/Marokkaanse buurvrouw, koerier, taxichauffeur..."

“Ik begrijp de verbazing ook: als mensen denken aan een piloot, denken ze aan een oudere man met een grijze snor en een pilotenpet.” - Katinka Schuilwerve, piloot.
Katinka Schuilwerve, piloot.

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om piloot te worden?

“Mijn beroep was zeker geen meisjesdroom voor me. Toen ik jong was, was ik eigenlijk nog helemaal niet zo bezig met wat ik later wilde worden. Pas op de middelbare school werd ik gedwongen er serieus over na te denken.

Piloot was voor mij geen voor de hand liggende keuze. Bij veel collega's zie je dat zij uit een 'vliegfamilie' komen, waarbij vader en opa ook al piloot waren. Toch hebben ik en mijn zus voor dit vak gekozen. Ik denk dat het komt door onze oude buurman, die ook piloot is voor KLM. Wij pasten vaak op zijn kinderen en hij heeft toentertijd onze interesse in het vliegen aangewakkerd. Na een aantal keer in een Cessna en zweefvliegtuig gezeten te hebben, was ik erover uit: dit is wat ik wilde doen. Grappig genoeg zei mijn vader later dat het altijd zijn droom geweest was piloot te worden.”

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om piloot te worden?

“Dat verschilt helaas enorm per regio en per luchtvaartmaatschappij. Bij grote, met name westerse maatschappijen kan het juist een voordeel zijn. Zij streven ernaar meer vrouwen in de cockpit te hebben en vaak worden de vrouwelijke vliegers daarbij ook ingezet om het beroep en de maatschappij te promoten. Bij andere maatschappijen en culturen weet ik helaas dat het als vrouw wel degelijk moeilijker is het beroep uit te oefenen. Hiërarchie en de klassieke rolverdeling tussen man en vrouw spelen hierbij een grote rol.

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere piloten? Zo ja, hoe is dat?

“Absoluut. Het percentage vrouwelijke vliegers bij de luchtvaartmaatschappij waar ik voor vlieg, ligt rond de 4%. En dat terwijl het een van de maatschappijen met de meeste vrouwelijke piloten ter wereld is! Ik werk dus vrijwel altijd met mannelijke collega's in de cockpit. Voor mij is dat geen enkel probleem. Als ik soms met een andere vrouw vlieg, vind ik dat wel extra leuk. Het grappige is dat het qua werk niks uitmaakt, maar de gesprekken die je hebt zijn net anders. In de luchtvaart is daarentegen het overgrote deel van het cabinepersoneel vrouwelijk. Wanneer je dus kijkt naar een complete bemanning, cockpit en cabine bij elkaar, is er dus juist een hele mooie balans tussen mannen en vrouwen.”

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als vrouw, piloot bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

“Mensen zijn bijna altijd verbaasd als ik vertel wat voor werk ik doe. Eigenlijk is het altijd een hele positieve verrassing: "Goh, dat had ik niet verwacht. Wat stoer!" Ik begrijp het ook wel. We vallen allemaal wel eens in de valkuil van stereotypering, dat zit in de mens. Ik begrijp de verbazing ook: als mensen denken aan een piloot, denken ze aan een oudere man met een grijze snor en een pilotenpet. Dan sta ik daar ineens; jong, blond en dan is ook de pilotenpet nog eens afgeschaft. Het beeld komt dan niet overeen met iemands verwachting en daar heb ik alle begrip voor.”

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

“Ja, dat gebeurt. Het is wel eens voorgekomen dat er een dispatcher de kist binnenkwam, mij aan de kant bonjourde "omdat hij even met de co-piloot moest praten". Toen ik vervolgens zei dat ik dat was, keek hij als een hert in koplampen. Ik kon er wel om lachen, het was hij die zich vervolgens schaamde. Als ik na de landing bij het uitstappen naast een stewardess sta om de mensen gedag te zeggen, denken mensen vaak dat ik purser ben of iets dergelijks. Af en toe vraagt er een passagier: "Did YOU just fly the plane?" en als ik dan zeg dat dat zo is, krijg ik vaak een "great job!". Er was zelfs ooit een passagier die al van boord af was en zich helemaal terug werkte door de stroom uitstappende mensen, om te vragen of ik de piloot was.”

"Ik denk dat ik sowieso buiten het stereotype val binnen het basisonderwijs: ik ben Turks, ik had lang haar en heb een volle baard; dan ben je geen stereotiepe meester." - Alihan Birkiye, basisschooldocent.
Alihan Birkiye, basisschooldocent.

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om meester op een basisschool te worden?

"Het was niet mijn eerste keuze. Ik moest een studie kiezen in de jaren waarin ik ontzettend aan het rebelleren was. Ik wist dat een studie belangrijk was, maar de bijzaken van het leven vond ik op dat moment veel belangrijker. Na twee verkeerde studies mocht ik een een halve dag meelopen met een maat van me die net de PABO had afgerond. Toen ik daar zat en zag hoe hij met die kids bezig was dacht ik: ‘ja man, dit is het! Dit wil ik!’."

Heb je het idee dat er voor mannen meer obstakels zijn om leraar te worden? Of om op een basisschool te werken?

"Het grootste obstakel is voor zowel mannen als vrouwen hetzelfde denk ik. Het basisonderwijs is, helaas, niet aantrekkelijk. Het is vier jaar lang keihard studeren en daarna keihard werken om vervolgens minder te verdienen dan je collega’s op het voortgezet onderwijs. Dat maakt de keuze voor een PABO studie niet heel aantrekkelijk. Daarnaast is de opleiding zelf voor de meeste mannen ook een obstakel denk ik, want dat was het wel voor mij. Ik had nog het geluk dat ik in het eerste jaar in een mannenklas zat. Wij zaten met vijftien mannen en vijftien vrouwen in de klas. Uiteindelijk bleven maar twee mannen over. Het grappigste is dat heel veel mannen uitvielen tijdens de stage bij de kleuters. In het tweede jaar was ik voor een groot deel van het jaar de enige man in mijn klas. En dan heb je dinsdagavond de Champions League gekeken en kom je woensdag op school en wil je het hebben over hoe mooi dat doelpunt van Messi was."

Ben je als man vaak in de minderheid tussen andere docenten? Zo ja, hoe is dat?

"Ik heb in het tweede jaar van de PABO gehad dat ik vijf dagen per week tussen vrouwen zat; zowel op mijn stage als in de klas. Dat vond ik echt niet leuk. Ik kon niet meedoen met de gesprekken die werden gevoerd. Gelukkig had ik op school nog wel gasten die ik kende, dus dan ging ik in de pauze soms met hen zitten. Tussen de vrouwen zitten heeft wel zijn voor- en nadelen moet ik zeggen. De meiden wisten dat ik slecht was in verslagen en plannen, dus ze hielpen mij met alles. Ik werd er aan herinnerd dat de toetsweek eraan zat te komen, wanneer de deadlines waren en wat voor huiswerk we hadden. De meiden waren een stuk beter georganiseerd dan ik en dat wisten zij ook. Ik denk dat ik langer over mijn opleiding had gedaan als de meiden mij niet hadden geholpen. Nu werk ik op een school waar wel veel mannen werken en ik moet zeggen dat dat ook zeker prettig is. Wij hebben wel een luxe situatie. We hadden dit jaar voor kamp bijvoorbeeld te veel mannen, waardoor we vrouwelijke collega’s moesten vragen. Dat hoor je niet vaak."

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als man, op een basisschool werkt? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Ik denk dat ik sowieso buiten het stereotype val binnen het basisonderwijs: ik ben Turks, ik had lang haar en heb een volle baard; dan ben je geen stereotiepe meester. Toen ik een keer via een uitzendbureau bij een school was ingeroosterd en daar aanbelde, deed de directeur de deur open. Scholen die via een uitzendbureau een invalkracht aanvragen hebben geen idee wie ze krijgen. De directeur blokkeerde die keer de deur met zijn lichaam en vroeg wat ik kwam doen. Ik stelde mij netjes voor, waarna ik een verbaasde blik kreeg en werd binnengelaten. Ik vond het wel grappig, omdat ik weet dat ik geen stereotiepe docent ben. Niet omdat ik een man ben, maar om hoe ik eruit zie.Ik weet dat ik dat soort reacties kan verwachten. Ik wil ook niet een stereotiepe meester zijn, ik wil de kids meegeven dat zij alles kunnen doen en worden. Niet is onmogelijk. Vandaar dat ik het ook niet zo erg vind als men raar opkijkt."

"Ik heb ook vaak verbaasde reacties gehad van mensen, vooral oudere mensen, die eerst kijken naar hoe ik eruit zie. Maar na enkele seconden is dit voorbij en vinden ze het eigenlijk geweldig dat ik dit doe. Er wordt vaak gevraagd waarom ik niet in het voortgezet onderwijs werk. Men denkt toch wel dat dat meer voor mannen is, de werkdruk is minder en je verdient meer.  Dit vind ik jammer want hierdoor kiezen veel  jongens (ook meiden) dus uiteindelijk niet voor het basisonderwijs. Terwijl het geweldig is om in het basisonderwijs te werken."

"Mensen reageren geregeld verbaasd als ik vertel wat voor werk ik doe. Soms denken mensen gelijk dat ik een kantoorbaan heb binnen de brandweer." - Anniek Verheijde, brandweerkracht.
Anniek Verheijde, brandweerkracht

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om bij de brandweer te gaan?

"Mijn vader zat bij de vrijwillige brandweer, dus ik ben ermee opgegroeid. Toen ik als kind met hem onderweg was om broodjes te bezorgen (mijn ouders hadden een eigen bakkerij), werd ik wel eens met spoed op de kazerne neergezet want dan was de pieper gegaan. Hij ging dan mee met de brandweerwagen en ik werd naar huis gebracht door degene die de wagen gemist had. Ik keek dan vol bewondering en dacht: dat wil ik later ook. In 2006 ben ik gestart als vrijwilliger en in 2014 heb ik er mijn volledige beroep van kunnen maken. Op dit moment ben ik werkzaam in de 24-uursdienst en daarnaast ben ik nog steeds vrijwilliger in mijn woonplaats. Ik word meestal ingezet als bevelvoerder op het voertuig, maar ik ben ook inzetbaar als chauffeur of ‘manschap’."

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om bij de brandweer te werken?

"Het is geen alledaags beroep en je werkt over het algemeen alleen maar met mannen. Mogelijk dat dit al een obstakel kan vormen voor vrouwen en tevens kan het beroep geestelijk en fysiek wel eens veel van je vragen. Maar over het algemeen moet je als vrouw vooral echt tegen een mannencultuur kunnen en het niet erg vinden wanneer je handen vuil worden, je een nagel breekt of je haar even niet netjes zit. Het is denk ik voor veel vrouwen ook een stuk onbekendheid met wat wij qua werk allemaal doen en wat nodig is om het te kunnen doen."

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere brandweerlieden? Zo ja, hoe is dat?

"Binnen mijn werkregio zijn er 5 vrouwen werkzaam van de 180 medewerkers in de 24-uursdienst. We zijn dus vaak in de minderheid. Dit is ook zo binnen mijn vrijwilligerspost waar we met 2 vrouwen en 18 mannen zijn. Ik ervaar dit niet als een probleem. Ik ben gewend aan de ‘mannencultuur’. Het is no nonsens en gezellig. Tuurlijk worden er grapjes gemaakt en wordt er wel eens iets ongepasts gezegd. Dit hoort erbij en daar moet je tegen kunnen en uiteraard moet je hierin wel zelf je grens aangeven mocht je dit vervelend vinden. Ik vind zelf natuurlijk dat er grenzen moeten zijn, maar als er grappen worden gemaakt dan is het ook een teken dat iedereen op zijn gemak is en dat ik er ook bij hoor."

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij als vrouw bij de brandweer zit? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Mensen reageren geregeld verbaasd als ik vertel wat voor werk ik doe. Soms denken mensen gelijk dat ik een kantoorbaan heb binnen de brandweer. Daar zie je ook dat er meer vrouwen werkzaam zijn, maar dan vertel ik dat ik echt actief ben op de wagen en ook nog voorin zit als leidinggevende van de eenheid. Ik heb nooit de reactie gehad dat mensen het niet begrijpen, ze vinden het vaak dapper en stoer. Wat wel een grappig voorbeeld is, is dat we wel eens met een brandweerwagen op bezoek gaan bij een basisschool en dat de kids, meesters en juffen dan vervolgens verbaasd staan te kijken als er een vrouw uitstapt. Ze verwachten natuurlijk een stoere gespierde brandweerman. Daar moet ik dan om lachen. Gelukkig kijken veel kids Brandweerman Sam en die gaat met zijn tijd mee, dat programma biedt veel diversiteit door vrouwelijke collega’s en collega’s van een andere afkomst.

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

"Wij vallen altijd op als wij ergens komen en mensen nemen het dan meestal allemaal serieus, ook al ben ik een vrouw. Wel is het zo dat als mensen onze kazerne bezoeken, ze daar niet zo snel een vrouw verwachten."

"Ik wilde voor een lange periode continu voor mijn kinderen zorgen. De kinderen zijn één keer jong en deze periode is zo voorbij." - Sjoerd Boom, huisman.
Sjoerd Boom, huisman

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om huisman te worden?

"Het was een lang gekoesterde wens. Ik wilde en wil voor een lange periode continu voor mijn kinderen zorgen. De kinderen zijn één keer jong en deze periode is zo voorbij. Toen we vier jaar geleden vanuit de Randstad naar de Achterhoek moesten verhuizen voor de carrière van mijn vrouw was dit voor ons een uitgelezen periode om mijn wens in vervulling te laten gaan. Mijn vrouw kon zich volledig richten op haar carrière en ik zorgde voor de kinderen en de nieuwe woonplek.

In het begin van mijn full time vaderschap zorgde ik voor twee kinderen. Anderhalf jaar geleden ben ik opnieuw vader geworden, van een dochter. Het is oprecht bijzonder om de geboorte van de dochter en haar ontwikkeling zo intensief mee te maken."

Heb je het idee dat er voor mannen meer obstakels zijn om fulltime voor de kinderen te zorgen?

"Ik heb hier geen obstakels bij ervaren toen ik ermee begon. Er is vaak bewondering en verwondering dat je kiest om full time vader te zijn. Het werd vooral bewonderd dat ik de keuze durf te maken en het ook durf te doen. Verwondering was en is er over het feit dat ik werkende leven losliet en me voor honderd procent op het gezin richt. Mijn vrouw kan nu haar carrière verder ontplooien." 

Ben je als man vaak in de minderheid tussen andere fulltime verzorgende ouders? Zo ja, hoe is dat?

"Natuurlijk ben je in de minderheid als je kinderen ophaalt van het schoolplein. Aan de andere kant is het ook hoe je er zelf mee omgaat. Ik merk aan de kinderen dat ze het fijn vinden dat er iemand altijd voor hen is, dat geeft ze vrijheid."

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom je huisman bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

"Natuurlijk zijn mensen verbaasd als ik vertel dat ik zelf heb gekozen voor het fulltime vaderschap. In het begin is men sceptisch, maar al gauw is er interesse. Veelal hoor ik de vragen: ‘waarom deze keuze?’ en ‘Hoe heb je dit georganiseerd en gefinancierd?’. Ik vertel dan in alle openheid welke keuzes we hebben gemaakt en welke voordelen het ons oplevert."

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij (ook) iets anders doet?

"Jawel, maar ik vertel dan gewoon dat ik thuis voor de kinderen zorg en dat mijn vrouw werkt. Na vier jaar weet men ook niet beter en ik vermeld het ook op mijn Linkedin en cv. Het fulltime vaderschap biedt ook kansen om je op andere plekken in te zetten in de samenleving. Ik doe dit deels op de school van de kinderen, maar ook op sportief gebied."

“Ik ben juist onwijs trots op mezelf dat ik als vrouw een beroep heb in een mannenwereld.” - Meryem Tunc, bouwvakker.
Meryem Tunc, bouwvakker.

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om in de bouw te gaan werken?

“Ik heb in mijn VMBO-jaren op een jongensschool gezeten en toen ben ik er snel achter gekomen dat mijn interesse in de bouwsector lag. Na een paar lessen met een jongensklas te hebben gevolgd wist ik het zeker: de bouw is waar mijn hart naar toe gaat. Door de steun van mijn docenten en ouders en door mijn vastberadenheid heb ik een mbo niveau 4 bouwkunde opleiding kunnen afronden. Ik hou van mijn (toekomstige) werk en heb geen spijt dat ik de bouw in ben gegaan.”

Heb je het idee dat er voor vrouwen meer obstakels zijn om in de bouw te werken?

“Ik vind dat de obstakels niet verschillen of je nou een man of een vrouw bent, het is meer hoe je te werk gaat en hoe je dingen oppakt.”

Ben je als vrouw vaak in de minderheid tussen andere bouwvakkers? Zo ja, hoe is dat?

“Op de bouwplaats waar ik werk ben ik in de minderheid. Ik ben de enige vrouwelijke uitvoerder en er lopen zo’n 100 man op de bouwplaats. Ik vind het geen probleem om in m’n eentje te zijn. Het is juist leuk, niemand die wat zegt en als ik een verzoekje doe om iets uit te voeren dan wordt dat zo gedaan voor mij!”

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als vrouw, in de bouw werkt? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

“De meeste mensen of vrienden om me heen vragen wel eens wat ik studeer en ja: als ik vertel dat ik in de bouw werk dan zijn ze wel erg verbaasd, maar dit heeft geen negatieve invloed op mij. Ik ben juist onwijs trots op mezelf dat ik als vrouw een beroep heb in een mannenwereld.”

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

“Dit komt mij heel bekend voor en ik maak het nog altijd mee helaas. Maar ik ben van mijn werk en van mezelf overtuigd en probeer er het positieve uit te halen, ook als de meeste mannen die op de bouw komen vragen of de uitvoerder of leidinggevende aanwezig is. Ik hoop dat hier ooit verandering in zal komen.”

“Agressie kan evenveel doen met een man als met een vrouw. Het vergt van een man echter meer moed om te zeggen dat je iets eng vindt.” - Sjors Christensen, verpleegkundige.
Sjors Christensen* - Verpleegkundige

Allereerst: waarom heb je ervoor gekozen om verpleegkundige te worden?

“Dat was allereerst uit armoede. Ten tijde van de financiële crisis was ik een gesjeesde student en met een klein CV bleek een leer/werk traject een uitkomst. Tijdens mijn derde ziekenhuisstage bleek echter dat mijn talent niet lag bij somatische zorg, maar in de psychiatrie."

Heb je het idee dat er voor mannen meer obstakels zijn om verpleegkundige te worden?

“In het ziekenhuis bleek onder verpleegkundigen een vrouwencultuur te heersen. Bij het mobiliseren uit bed is de zegswijze bijvoorbeeld ‘kom op vrouw!’. Dat vond ik leuk omdat het bijzonder is. Minder leuk vond ik de neiging tot roddelen. Dat kwam op mij over als een manier waarop vrouwen uiten dat ze zelf vooral wel vroom zijn. Eigenlijk een uiting van angst om buiten de groep te vallen. Ik kreeg het idee dat mannen om daarbuiten te blijven zichzelf automatisch in een joker-rol opstelden. Eenmaal comfortabel in die rol, heb je als mannelijke verpleegkundige overigens wel alle kansen.”

Ben je als man vaak in de minderheid tussen andere verplegers? Zo ja, hoe is dat?

“Ik werk inmiddels in de jeugdpsychiatrie. Ook daar zijn mannen in de minderheid, maar wel zeer gewild, om verschillende redenen. Allereerst wordt het voor cliënten vaak gunstiger gevonden om door zowel mannen als vrouwen begeleid te worden omdat de meeste mensen in hun vroege ontwikkeling ook een vader en een moeder hebben gekend. Daarnaast worden de mannelijke verplegers naar voren geschoven wanneer er agressie voorkomt, wat veel gebeurt. Daar probeer ik overigens op te blijven reflecteren. Agressie kan evenveel doen met een man als met een vrouw. Het vergt van een man echter meer moed om te zeggen dat je iets eng vindt. Eerlijk zijn over die gevoelens is in de psychiatrie belangrijk.”

Heb je wel eens gehad dat mensen verbaasd reageren als je hen vertelt wat je doet of wilde gaan doen? Of gebeurt het wel eens dat mensen niet begrijpen waarom jij, als man, verpleegkundige bent? Zo ja, kun je daar een voorbeeld van geven? Hoe voelt dit voor jou?

“Ik merk dat mensen ontzag tonen voor de ingewikkelde situaties waarmee een verpleegkundige moet omgaan. Die verbazing gaat dan denk ik dan niet over mijn man zijn. Of mensen het begrijpen waarom ik dit doe weet ik verder niet. Wanneer ik ze vertel dat dit vak eigenlijk te weinig salaris en salarisgroei biedt om een huis te kunnen kopen of een gezin in je eentje te voeden, dan schaam ik me wel eens.”

We spraken laatst een automonteur met een eigen garage, zij vertelde dat nieuwe klanten haar vaak bij binnenkomst ‘is er niemand?’ vragen omdat ze niet verwachten dat zij de monteur is. Heb je vergelijkbare ervaringen? Gaan mensen er ook wel eens van uit dat jij iets anders doet op jouw werkplek?

“Cliënten en hun ouders vragen meer dan eens of ik de dokter ben. Mijn antwoord is dan kort.”

 

*In het belang van zijn privacy is de naam van deze verpleegkundige gefingeerd en is er voor de afbeelding gebruik gemaakt van een stockfoto.