Marc-Marie Huijbregts: #ToenIkMijZag

 

Marc-Marie zag zichzelf vroeger terug in de excentrieke David Bowie. Hij schaamde zich hier echter ook voor omdat mensen om hem heen negatief op David Bowie reageerden. Deze schaamte blijft altijd deel van hem; hij gebruikt het zelfs in het theater. 

 

 

Liever lezen dan luisteren? Het uitgeschreven interview vind je hier:

"In mijn theaterprogramma’s probeer ik altijd daar naartoe te gaan waar ik zelf moeite mee heb. Ik merk dat ik eigenlijk nog in den diepste mezelf nog steeds schaam voor het homo-zijn. Ik heb daar een stuk over gemaakt. Over bijvoorbeeld, wat mensen zich niet realiseren, is dat wanneer je in het buitenland bent en ik ben met Karim met mijn man dan vindt hij het altijd leuk om samen op de foto te gaan. En dan gaat hij altijd vragen: ‘Goh zou u even een foto van ons willen maken?’ en dat vind ik altijd héél ingewikkeld omdat ik altijd denk: O nee nee vraag maar niet aan die vrouw want die kijkt een beetje raar. O en die man.... Want dan moeten zij een foto maken van twee homo’s. En ik schaamde me er eigenlijk ook voor dat ik dat dacht. En ik vind het ook vervelend voor hem dat ik dat denk. Want ik wil Karim niet besmetten met mijn schaamte." 

"Maar ik merkte dat terwijl ik het in de zaal erover had, dat jonge homo’s dat wel heel bevrijdend vonden dat ik dat zei. Want heel veel homo’s hebben dat, en heel veel hetero’s realiseren zichzelf geen enkel moment dat dat een moment is voor homo’s. Dat dat iets is. Afscheid nemen op Schiphol: daar moet je allemaal over nadenken. Wat voor hetero’s de gewoonste zaak van de wereld is, is dat voor homo’s gewoon niet."

"En ik merk dat als je het daarover hebt, dat jonge homo’s dat heel fijn vinden dat je dat zegt omdat ze dat zelf ook voelen. Iedereen kent schaamte in z’n leven. En dat is bij een witte heterovrouw, of bij een zwarte gay vrouw, is dat weer totaal anders." 

"Ik denk dat er een enorme rol is voor de media, maar ik denk dat het voornamelijk belangrijk is dat homo’s, en hetzelfde geldt voor andere minderheden, zwarte mensen bijvoorbeeld, dat ze op posities terechtkomen die al aan het begin van de hele cyclus daar invloed op hebben. Want als je op het einde zegt: ja daar moet natuurlijk ook wel een zwart iemand bij, of een moslim iemand, of een homo iemand, dan ben je eigenlijk al te laat." 

"Als je in een tv-serie iemand in een rolstoel ziet binnenkomen, dan gaat het ook altijd daarover. Het gaat nooit over die vrouw in de rolstoel, het gaat altijd over de rolstoel! Terwijl ik denk dat we daaraan voorbij moeten komen. Dat van: ‘o jij bent homo, o jij bent….' Dat dat het onderwerp alleen maar is. Terwijl ja: dat is zo’n klein gedeelte van iemands karakter en iemands zijn. Dus daar moeten we naartoe volgens mij."