De rol van de farmacie in gendersensitieve zorg

16 oktober 2017

 

Op ons Congres Gender & Gezondheid stonden meer dan 50 sprekers met elk hun eigen verhaal over gender en gezondheid. Tijdens het Lagerhuisdebat debatteerde een volle zaal over de vraag: welke taak heeft de farmacie in gendersensitieve gezondheidszorg?

 

Door verslaggever: Heleen Lameijer

 

Verandering realiseren in de gezondheidszorg doe je niet alleen. Verandering creëer je door het aangaan van een gesprek, bij voorkeur met gedimde lichten en in twee rijen stoelen tegenover elkaar.

 

Gendersensitieve medicatie

‘Onderzoek naar gendersensitieve medicatie is kostenverhogend en onwenselijk, medicatie moet veiliger gemaakt worden zodat bijwerkingen niet meer ontstaan’, zo kopt de eerste stelling van het Lagerhuisdebat. Volgens het publiek - die ook de debaters zijn - gaat het met name om de vraag of het wel zo ‘gewoon’ is medicatie te fabriceren die veiliger en zonder bijwerkingen is. Dit lijkt immers een utopie, of ten minste toekomstmuziek.

 

Zou het wellicht verstandiger zijn om te werken aan iets wat nu gerealiseerd kan worden: (onderzoek naar) gendersensitieve medicatie? Kosteneffectiviteit zou geen probleem moeten opleveren, gezien de gezondheidswinst die behaald zou kunnen worden door gendersensitieve zorg.

 

De opkomst van personalized medicine

Maar is gendersensitieve medicatie de eerste en meest efficiënte stap richting personalized medicine? Het her-analyseren van eerdere studies naar gendereffecten op de (bij)werking van medicatie lijkt een makkelijk te verwezenlijken stap, zo wordt bediscussieerd. Ook binnen de opkomst van personalized medicine lijkt het een makkelijk te nemen horde, vrouwen vormen immers 50 procent van de wereldbevolking.

 

Maar, zo wordt gesteld, hoort gendersensitieve medicatie eigenlijk wel bij personalized medicine? Farmaceuten en andere debaters lijken hierin verdeeld. Binnen de farmacie is personalized medicine met name DNA- en fenotype (de combinatie van genetische aanleg en de invloed van de omgeving) gericht, waarmee gender onlosmakelijk als onderdeel is verbonden. Andere debaters pleiten ervoor dat gender als op zichzelf staand aspect wordt gezien. Binnen gendersensitieve zorg gaat het immers om ‘achterstallig onderhoud’, iets wat allang gedaan had moeten zijn.

 

We hebben haast!

Maar, als we haast hebben, moeten we dan wel toestaan dat nieuwe medicatie op de markt komt, ook wanneer het genderverschil in (bij)werking niet, of onduidelijk, is onderzocht en niet op de bijsluiter staat? Het publiek brengt hierin duidelijk nuances aan. Voor bepaalde medicatie, bijvoorbeeld levensreddende middelen, moet niet gewacht worden op gendersensitief onderzoek.

 

Voor andere medicijnen blijft het de vraag: moet gendersensitief onderzoek al worden verricht wanneer medicatie nog in studieverband is, of pas nadat medicatie beschikbaar is gesteld voor het publiek? En in het laatste geval: blijven we dan niet achter de feiten aan lopen?

 

Zwijgen is zilver, spreken is goud

De implementatie van gendersensitieve medicatie in de gezondheidszorg vraagt om verbintenis en een ‘gender agreement’ tussen artsen, farmaceuten, maatschappelijke organisaties en de overheid. Zwijgen is zilver, spreken is goud. Concretisering van plannen kan alleen volgen na een goede bediscussiëring. Het gesprek is gestart, praat jij mee?

 

Fotografie: Ilvy Njiokiktjien

 

 

Lees ook de andere verslagen die gemaakt zijn op het Congres Gender & Gezondheid.