Check vooroordelen in taalgebruik: 3 manieren

7 september 2017

Omgedraaide koppen (NRC, 2010 - 2015)

Geschreven door: Berna Toprak

 

Seksestereotypen zijn breed gedragen aannames over de eigenschappen, het gedrag en de rol van vrouwen en mannen. Deze sijpelen onbewust door in ons taalgebruik en hebben invloed op hoe wij over vrouwen en mannen denken. Met de campagne #BeperktZicht vragen wij hier aandacht voor. In samenwerking met Claartje Vinkenburg, zelfstandig onderzoeker en adviseur op het gebied van bias en inclusie, zochten we uit hoe stereotypen over de rollen van vrouwen en mannen stand worden gehouden in ons taalgebruik. Zij geeft drie tips om zonder gender bias te schrijven en spreken:

 

“We spreken over een vrouwelijke directeur of werkende moeder, maar niet over een mannelijke directeur of een werkende vader.”

 

1. Let op markeringen en etiketten bij het verwijzen naar vrouwen en mannen.

Een van de manieren waarop we aannames in ons taalgebruik kunnen herkennen is door te kijken naar het gebruik van labels of etiketten als we verwijzen naar vrouwen en mannen en hun rol in de maatschappij. “We markeren informatie als die niet in lijn is met het stereotiepe beeld; dus afwijkt van onze aannames over de rollen van mannen en vrouwen. We spreken over een vrouwelijke directeur of werkende moeder, maar niet over een mannelijke directeur of een werkende vader. Dit is vaak omdat we bij een directeur al uitgaan van een man, bij een vader dat hij werkt en bij een moeder dat ze niet of weinig werkt.”, aldus Claartje. Door het zo te markeren zeggen we eigenlijk dat het uitzonderlijk is dat een directeur een vrouw is, een moeder werkt of een vader zorgtaken op zich neemt. Wees bewust van deze markering en laat deze weg in je schrijf- en taalgebruik.

 

2. Benoem altijd de norm en vraag je af waarom je welke informatie wel of niet weglaat.

Stereotypen komen vaak impliciet naar voren in taal, ze sijpelen dan als het ware onbewust door in ons taalgebruik. Daarom is het belangrijk om stil te staan bij wat we wel zeggen, wat juist niet en vooral ook waarom we dit doen. “We zijn ons vaak niet bewust van onze eigen bias. Bestudeer eens welke informatie je weglaat als je iets moet inkorten. Opvallend is dat we de norm, dat wat normaal is, graag weglaten. Zo beschrijven we vrouwen graag als minder ambitieus of meer onzeker, maar we zeggen er niet bij dat we bedoelen minder ambitieus ‘dan mannen’. Daar gaan we vanuit, omdat ambitie en zelfvertrouwen eigenschappen zijn die passen bij het stereotype beeld van mannen.”, vertelt Claartje. Tip: benoem altijd de norm en vraag je af waarom je welke informatie wel of niet weglaat.

 

3. Wees bewust op welke manier je communiceert over informatie die je onverwacht of abnormaal vindt.

Informatie over mensen die niet in lijn is met het stereotype beeld, communiceren we anders dan informatie over mensen die wel past binnen dit beeld. Zo gebruiken we bijvoorbeeld meer ontkenningen of ironie als iets niet past binnen het stereotype beeld over mannen en vrouwen. “We zijn veel concreter als iets een uitzondering is en blijven veel algemener als we een situatie beschrijven die past binnen ons verwachtingspatroon. We zeggen bijvoorbeeld ‘hij huilde’ en ‘zij was emotioneel’. Hier wordt bij een man het gedrag benoemd omdat we het blijkbaar uitzonderlijk vinden dat een man huilt. Bij een vrouw wordt een eigenschap genoemd.”, aldus Claartje. Over het algemeen geldt dat het benoemen van de uitzondering de regel juist bevestigt en dus stereotypen over mannen en vrouwen in stand houdt.

 

Beperkt Zicht

We hebben ze allemaal. Bewuste en onbewuste vooroordelen over vrouwen en mannen. Of ze nou zwart of wit, jong of oud, homo- of heteroseksueel zijn. Dit leidt tot stereotypering en daar willen we van af, want het staat gelijke kansen in de weg. Help je mee? Deel jouw voorbeelden van stereotypering met #BeperktZicht.

 

Bekijk de Campagne BeperktZicht

 
Claartje Vinkenburg