CBS heeft nieuwe cijfers over jonge werkende moeders (maar niet over vaders)

22 januari 2019

Geschreven door: Suzan Steeman & Iris Brandts

 

Vandaag publiceerde het CBS een onderzoek naar de invloed van het hebben van een kind op de inkomensverdeling van stellen in een heteroseksuele relatie die allebei werken. Ze kopten met het nieuws dat jonge moeders steeds meer bijdragen aan het gezinsinkomen. Er is inderdaad een kleine stijging te zien, maar het onderzoek roept bij ons vooral veel vragen op. Worden kinderen nu vaker naar de kinderopvang gebracht? En hoe zit het met de rol van vaders?

 

Jonge moeders en hun inkomen 
In 2005 droegen jonge moeders twee jaar na de geboorte van het eerste kind gemiddeld 33% bij aan het gezinsinkomen. In 2013 was dit gestegen naar gemiddeld 38%. Echter is dat niet echt een nieuw gegeven: we weten dat er ieder jaar wel weer een kleine stijging te zien is rond de economische positie van vrouwen.

 

Suzan Steeman, arbeidsexpert bij WOMEN Inc., zegt het volgende: "Het was mooi geweest als het CBS verder had gekeken dan deze kleine stijging (5% in 8 jaar). Bijvoorbeeld naar de redenen waarom deze stijging zo langzaam gaat of waarom er nog steeds inkomensongelijkheid is en geen gelijke verdeling van werk en zorg. Het zou een positieve ontwikkeling zijn als dit betekent dat jonge vaders ook meer zijn gaan bijdragen aan onbetaalde zorg, maar dat laat dit onderzoek niet zien."

 

Eenzijdige focus op de rol van vrouwen
Als het gaat om het verbeteren van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt, is het van belang om niet alleen te kijken naar de rol van vrouwen zelf. Puur kijken naar hoeveel uur vrouwen werken en hoeveel zij bijdragen aan het gezinsinkomen is interessant maar niet genoeg. Andere factoren moet ook meegenomen worden:

 

  • De bestaande ideeën over rollen van vrouwen en mannen en de verdeling van werk en zorg hebben een grote invloed op de keuzes die we maken. Een goed voorbeeld is het feit dat tweederde van alle Nederlanders het acceptabel vindt als een moeders buitenshuis werkt máár dat 80% van de Nederlanders aangeeft dat de moeders van nog niet-schoolgaande kinderen drie dagen of korter zouden moeten werken. 35% vindt hetzelfde voor vaders (Emancipatiemonitor, 2016).
  • Daarbij is het combineren van werk en onbetaalde zorg in Nederland niet optimaal geregeld. Zo is de duur van verlof voor ouders in Nederland ontzettend kort in vergelijking met andere West-Europese landen. Partners krijgen veel korter verlof dan moeders, 5 versus 80 werkdagen. Dit zorgt meteen na de geboorte al voor een scheve verdeling van werk en zorg.
  • In veel sectoren waar vooral vrouwen werken (zoals de zorg en het onderwijs) is een deeltijdcontract de norm, dit maakt het voor vrouwen moeilijk om meer uren te werken.

 

Om ervoor te zorgen dat er de positie van vrouwen en mannen gelijker wordt, moet er aan al deze factoren (en meer) gewerkt worden. Kijken naar het systeem waarin vrouwen en mannen keuzes maken met betrekking tot werk en zorg is daarvoor veel interessanter dan focussen op (verouderde) percentages zonder verklaring.