Verslag debat 'Mannenoverschot' tijdens Women in Politics op dinsdag 9 februari
Vandaag is de grote terug-kom-dag na een geslaagde eerste manifestatie Women in Politics in 2008. De hoogste tijd om met de ambitieuze vrouwen uit de Amsterdamse gemeente die toen aanwezig waren en wethouder diversiteit Amsterdam Freek Ossel stil te staan bij de aanbevelingen van vorig jaar en het coachingstraject dat hieruit voortvloeide. Bij dit coachingstraject werden vrouwen uit de gemeente gekoppeld aan een maatschappelijk succesvol persoon waarbij alles besproken mocht worden.
Dagvoorzitter Barbara Barend trapt de dag af met een herinnering aan haar periode in Amerika, waar het heel gewoon is om een coach te hebben. Hierna krijgt iedereen de gelegenheid om in workshops meer handvatten te krijgen over 'politieke sensitiviteit' of 'vrouwelijk leiderschap'.
In de middag is een debat over de hoopvolle cijfers van de gemeentelijke organisatie van Amsterdam op gebied van vrouwenparticipatie. Wethouder Freek Ossel gaat hierover in gesprek met
hoogleraar Sociale Wetenschappen Christien Brinkgreve en ex-politica en publiciste Hedy D'ancona.
Wethouder Freek Ossel in zijn inleiding: 'Er zijn duidelijke sekseverschillen waar we rekening mee moeten houden. Zonder al te zeer te willen generaliseren kun je stellen dat mannen er net iets handiger in zijn om dat kontje te krijgen dat ze verder helpt. Vaak zijn dit vrienden uit hun netwerk. Vrouwen zijn directer en hebben meer de instelling: Dit ben ik en dit is wat ik kan, take it or leave it. Vrouwen moeten het diplomatieke spel leren spelen en de waarde van een netwerk inzien.'
Zo herinnert Ossel zich Efrat, een moeder van twee kinderen die eerst alle contacten vermeed en zelfs niet meer naar buiten kwam. ' Ze had alleen contact met de school van haar kinderen. Daar mocht ze op een gegeven moment helpen met de zogenaamde 'verteltassen'. Het heeft een half jaar geduurd voordat ze dit ook daadwerkelijk aandurfde. We zijn nu weer een half jaar verder en inmiddels heeft ze Nederlands geleerd en is ze directielid van de stichting 'verteltassen'.
Ossel wil daarnaast benadrukken dat hij niet alleen van de getallen is. Liever ziet hij dertig procent vrouwen op zichtbare sleutelposities in de maatschappij dan koste wat het kost vijftig procent vrouwen op topposities.
Een aantal positieve cijfers uit het 'Programma Diversiteit 2007 - 2011' van de gemeente Amsterdam worden globaal gepresenteerd aan de aanwezigen. De mooie cijfers van vrouwenparticipatie in de hogere functies in de gemeentelijke organisatie geven direct stof tot overpeinzing. Wat valt de panelleden op?
Hedy D'ancona: 'Allereerst vind ik het erg goed dat er werk van diversiteit wordt gemaakt en dat er een wethouder zo duidelijk mee naar voren treedt. Toch valt me op dat aan de vier redenen die worden gegeven over het belang van diversiteit (afspiegeling beroepsbevolking, toenemende vergrijzing, herkenbare overheid en integere overheid) er een ontbreekt. Namelijk dat zulk beleid bijdraagt aan de kwaliteit van je organisatie.'
Hier is wethouder Ossel het mee eens. 'Dit is nog niet voldoende doorgedrongen in het beleid. We hebben nog te veel te maken met de geschiedenis.' Wel vraagt Ossel zich af hoe je dit argument feitelijk kan onderbouwen. Ook d'Ancona en Brinkgreve zien de moeilijkheden daarvan in. Brinkgreve:'Het argument kwaliteit moet in discussies nog nadrukkelijker naar voren komen. Een argument dat het eigenbelang dient, werkt altijd beter dan een argument dat het eerlijker is. Teams met mannen en vrouwen werken beter dan teams met alleen maar mannen.'
d'Ancona merkt dat het uitmaakt in wat voor soort cultuur een vrouw terechtkomt na werving. Ze heeft het zelf zien gebeuren: 'Ik heb vrouwen van prestigieuze besturen gesproken die zich hardop afvragen waarom ze er eigenlijk zitten. Ze hebben namelijk het gevoel volstrekt overbodig te zijn.
Bringreve heeft dezelfde ervaring. Ze heeft onlangs een boek voltooid over leiderschap. Daartoe interviewde ze verschillende vrouwen in hoge posities die zich ook vaak volstrekt geisoleerd voelden in de organisatie.
Dit is een van de redenen dat de gemeente Amsterdam het vorig jaar het coachingstraject instelde. In het najaar van 2009 zijn zo'n honderd vrouwen gekoppeld aan een coach. Een van de gecoachten is Sophia Dijkgraaf. Ze is zeer te spreken over de lessen van haar coach. Van de gemeente zou ze nog graag willen dat er meer specifieke trajecten voor jongeren komen. Wethouder Ossel deelt het belang van dergelijke trajecten, maar wil ook pleiten voor de zelfredzaamheid zonder dit soort trajecten.
Een van de andere gecoachten, Noor Hulskamp, sluit hierbij aan: 'Ik heb meer lef gekregen door mijn coach.' Jamie Panday, een gecoachte met een allochtone achtergrond wil heeft veel gehad aan haar coach die ook van niet-Nederlandse afkomst is. 'Er was een enorme herkenning. Ik heb geleerd om ook thuis mijn grenzen aan te geven. Dat wanneer ik over moet werken of naar een netwerkbijeenkomst in de avond ga, ik niet kan koken voor mijn partner.'
Na te hebben stilgestaan bij de mooie cijfers van de gemeente is het tijd om de blik nog eenmaal op de toekomst te richten. De slotvraag: Hoe nu verder?
Ossel: 'We moeten ons management nog harder gaan afrekenen op het niet halen van de streefcijfers. Daarnaast ga ik hard aan het werk om de verschillende talententrajecten die we hebben lopen nog beter op elkaar aan te laten sluiten. '
D'Ancona: 'Veel vrouwen werken in deeltijd. In de economische crisis kunnen meer deeltijdbanen uitkomst bieden. Tijdelijke banen zijn op individueel niveau niet slecht, mits ze niet leiden tot het afzien van een carriere. Ik zou daarom graag de invoering van de TUT zien: De Tijdelijke Uittreding.'
Bringreve: 'Ik zou de economische crisis willen aangrijpen om eindelijk af te komen van de monoculturen van mannen in bedrijven. Ook bedrijfsmatig is het slim om op diversiteit te mikken.'
Reacties